Jojanneke Vanderveen


Air & road
6 juni 2011, 21:45
Filed under: Philly

Deel 13

Dit stond nog in concepten… Ik wilde het voor de volledigheid toch nog maar even posten. ūüôā

En toen was het echt bijna voorbij… Dit is mijn laatste avond. Morgenmiddag neem ik een bus naar New York en om 8pm (2 uur ’s nachts NL tijd) vlieg ik oostwaarts. Ik ben een beetje upset vandaag. Al weken kijk ik ernaar uit om naar huis te gaan, maar de afgelopen twee weken waren zo fijn, dat ik ineens ook zin heb om te blijven. Sowieso is het een heel erg raar idee dat ik nu gewoon m’n hele boedel inpak en met de noorderzon vertrek, zonder concreet plan om terug te komen. Nu ik hier gewoond heb, ligt er toch een stukje van mij in Amerika. Ik weet dat ik hier voorlopig niet weer ben, maar ik kan het me nog niet goed voorstellen.

De afgelopen weken waren super. Ik ben blij dat ik hier ben gebleven in de vakantie. Het heeft echt mijn gevoel over deze periode veranderd. School was fijn, maar ik was wat teleurgesteld over de mensen. Ik had gehoopt veel mensen te leren kennen en ‘to hang out with them’. Dat viel tegen. Maar de weinige mensen met wie ik wel echt tijd heb doorgebracht, hebben zich veel waard bewezen de afgelopen dagen.

Ryan (zie deel 7 voor prior reference) heeft me meegenomen naar upstate New York. Daar ging hij Oud&Nieuw vieren met oud-klasgenoten van hem van toen hij daar in de buurt studeerde. Hij had al aangekondigd dat het een feestje zou worden met rare, artsy mensen en hij had niet gelogen. Iedereen deed iets met muziek of po√ęzie of tekende of was anderszins bezig met kunst. Met zo’n groep kan het natuurlijk niet meer stuk, zeker niet toen de biertjes uit de koelkast kwamen en de live muziek begon.

Het was echt een geweldig feest. Ik heb vrijdagavond meer vrienden gemaakt dan in het hele semester. Iedereen was gezellig en open. Ik denk niet dat ik op een betere plek had kunnen zijn hier. Saratoga Springs is ook een hele mooie plek. Het ligt ongeveer 5,5 uur ten noorden van Philadelphia in de auto, dik 400 kilometer. Het is daar bergachtig en bossig. Het huis lag recht aan het bevroren Saratoga Lake. Het was prachtig. Het was fijn om buiten te zijn, in de natuur, na zo lang in drukke steden te zijn geweest.

De afgelopen twee weken heb ik veel drukke stad beleefd. Voor kerst ben ik naar Portland, Oregon gevlogen. Daar woont mama’s nicht Maggie. Vorig jaar zijn we met z’n zessen op vakantie geweest naar Amerika en toen hebben we ook een week bij haar doorgebracht. Ik wist dat ik daar welkom zou zijn en dat ik me er geen zorgen over hoefde te maken of het een fijne kerst zou worden. En dat is helemaal goed gekomen.

Op 22 december kwam ik ’s avonds laat aan na een probleemloze vlucht. Maggies vriendin Susan haalde me op van het vliegveld. Ze verwachtte dat ik wel vroeg wakker zou worden, omdat ik naar 3 tijdzones vroeger was gevlogen, maar ik waarschuwde haar dat ik gaten in de dag kan slapen. Ik werd om 3 uur ’s middags wakker. 6 uur Philly tijd.

Na een beetje eten zijn we naar een theatervoorstelling gegaan, Mars on Life. Zangeres Susannah Mars en haar band brachten een komisch concert/toneelstuk. De volgende dag was Christmas Eve. Ze hebben hier geen eerste en tweede kerstdag. Ze vieren kerstavond en eerste kerstdag.

Op Christmas Eve gingen we naar een feest van vrienden van Maggie en Susan. Na een geslaagd diner en fijne gesprekken met andere feestgangers gingen we naar huis. Toen waren er ineens cadeautjes. Ook voor mij. Ik had een hele stapel en ook nog een stocking vol met snoep en kleine prulletjes. Ik ben nu twee bingokaarten, een kerstkeukenschort, een ketting, een paar oorbellen, een magazine met Johnny Depp, een besneeuwpopte keukenhandschoen, een doos jelly beans, een zak chocolademunten en ik vergeet vast nog dingen, rijker. Lief!

Op kerstdag ging ik met Matt en Lizzie, Maggies kinderen, naar hun vaders familiefeest. Hun oudoom, die de gastheer was, houdt van koken en met kerst maakt hij altijd een groot diner. Hij print naamkaartjes en menu’s voor alle gasten en hij heeft een seating chart. Omdat hij zeker wilde weten dat hij mijn naam goed had geschreven, had hij mij opgezocht op internet. Toen ik daar aankwam, was hij dus al op de hoogte van mijn bezigheden als muzikant. Het was grappig. Ik was heel blij dat er op me gerekend werd en dat ik als volwaardige gast ontvangen werd. Heerlijk gegeten en wederom geanimeerd gekletst. Ik ging ’s avonds voldaan naar huis.

De rest van de dagen heb ik doorgebracht met slapen, shoppen in de amazing vintage store down the street, skypen met thuis en andere activiteiten die Maggie en Susan nog voor me in store hadden. Maandagavond ging ik naar Lizzie. Ze was van plan koekjes te gaan bakken met haar buurvrouw en het leek haar gezellig als ik ook kwam. Uiteindelijk waren er nog meer huisgenoten uit Lizzies huis en het buurhuis. Het was een van de gezelligste avonden van mijn tijd in Amerika. Ik heb gewoon te weinig vriendenavonden gehad hier. Zulke avonden zijn tof en belangrijk. New year’s resolution: hang out with my friends more. Doen jullie mee, friends? =)

De laatste avond ben ik met Maggie en Susan naar de bioscoop geweest. We hebben de film “Gulliver’s Travels” in 3D gezien, met Jack Black. Hele maffe film. Jack Black wordt ontvoerd door Lilliputters, de minibewoners van Lilliput. Ik geloof dat dat een of andere mythe is ofzo. Ik kwam ook al verwijzingen naar ontvoeringen door Lilliputters tegen op het vliegveld. Ik was hoogst verbaasd.

Ik was wat zenuwachtig over mijn reis terug. Er was tijdens mijn week in Portland veel sneeuw gevallen in Philadelphia en New York en in de dagen voor mijn terugreis waren er veel vluchten gecancelled. Bovendien zou ik om 1 uur ’s nachts aankomen in New York en moest ik daarna nog met de metro naar mijn hostel reizen. Dat hostel stelde me ook al niet helemaal gerust. De website waarop ik geboekt had, geeft reviews van de hostels die ze adverteren, maar dit hostel had nog geen reviews. Bovendien stuurde de eigenaar lichtelijk eigenaardige e-mails. Voorbeeldje (en dit voorbeeld is geen excerpt, maar een volledige e-mail):

“Yes if u well call me when u get out of plane at 9177342144. If u don’t call now one well be dare well see u”

Het kwam, laat ik het zo zeggen, niet zo professioneel op me over. Maar ik was laat met boeken en bovendien was de tweede nacht die ik wilde doorbrengen in New York, de nacht voor oudejaarsdag. Veel hostels hadden voor die gelegenheid de prijzen drastisch omhoog gedaan. Dit kwam als de enige betaalbare optie uit de bus.

Gelukkig heb ik al die bruggen min of meer probleemloos overgestoken. Het hostel was inderdaad lichtelijk eigenaardig en het zou me niks verbazen als die meneer zijn belastingopgave niet zo volledig invult en mij wat meer geld afhandig heeft gemaakt dan de bedoeling was, maar in ieder geval heeft hij me niet ontvoerd of iets in die trant. Het meest jammere was dat mijn roommate ont-zet-tend hard snurkte. Dat was echt niet grappig. De eerste nacht was nog uit te houden; één nacht met weinig slaap valt te overzien. De tweede nacht wilde ik echter echt graag slapen. Anders zag ik mezelf nog zo in slaap vallen op het Oud&Nieuw-feest. Ik zag geen andere oplossing dan zelf te verplaatsen naar een plek waar het kettingzaagachtige geluid niet tot doordrong.

Het was inmiddels 3 uur ’s nachts toen ik aan die onderneming begon. Ik pakte al m’n spullen en sleepte ze naar de woonkamer. Toen bracht ik ook mijn deken en kussen daarheen en als laatste het matras, dat ik boven uit het stapelbed moest halen, terwijl die jongen lag te snurken. Ik legde het matras zo ver mogelijk bij de snurkkamer vandaan en dacht dat ik het voor elkaar had. Mijn wekker lag naast me, m’n spullen waren dicht bij me en ik hoorde geen gesnurk meer.

Helaas kwam ik aan slapen nog niet toe, want ik hoorde een constant tikgeluid. Misschien had ik daar normaal doorheen kunnen slapen, maar ik was inmiddels zo gefrustreerd, dat ik dat er niet van zag komen. Ik ging op zoek naar de oorzaak van het getik en ontdekte dat het dak lekte en dat waterdruppels inmiddels al een grote, natte plek op mijn laken hadden gemaakt. Dit werd hem ook niet.

Een zoektocht door de rest van het huis leidde me tot de conclusie dat de enige andere mogelijk plek het trappenhuis was. De plek waar de trap van richting veranderde leek juist groot genoeg om een matras neer te leggen. Ik begon weer te slepen en inderdaad, het was alsof de trap als bed gemaakt was! Ik deed alle deuren dicht en heb geslapen als een engeltje.

De volgende ochtend vertrok ik vroeg, met een deel van mijn bagage. Een ander deel had ik de vorige dag al, na veel gezeul, weten te stallen bij een bagage-opsla-plek. Nog een ander deel stond nog in Philadelphia, bij Ryan thuis. Er valt nog veel te beschrijven en wie weet zou ik dat moeten doen, want ik weet het nu nog, maar ik moet zeggen dat de urgentie iets minder voelt, nu het toch alweer 6 juni is…

Na het Oud&Nieuw-feest in Saratoga Springs ben ik met Ryan teruggereden naar Philadelphia, waar ik nog twee gezellige dagen heb doorgebracht en wat laatste souvenirs heb gekocht. Toen was het zo ineens 4 januari. Samantha was zo lief om me naar het busstation van Phildelphia te brengen, alwaar ik opnieuw op een bus naar New York stapte. De bus bracht me naar hartje Manhattan. Ik slaagde erin zonder bestolen te worden mijn twee bomvolle koffers, rugzak, weekendtas en plastic shopping bag van de bus in een taxi te krijgen en met de taxi op het vliegveld aan te komen. Het was goed dat ik op tijd in Manhattan was, want ik moest in de spits naar het vliegveld zien te komen en ik kan je zeggen, dat is druk.

Op het vliegveld moest ik nog hele toeren uithalen en flinke sommen geld neerleggen om al mijn bagage aan boord te krijgen. Maar het kon me tegen die tijd allemaal niet heel veel meer schelen. Ik wist alleen: alles moet mee. Gelukkig kon de hele boel wel gewoon doorgelabeld worden naar Amsterdam, zodat ik het niet op IJsland nog eens opnieuw hoefde in te checken.

In Amsterdam wachtten papa, mama en Woutertje op me. Na een lekker, Nederlands broodje en een glaasje verse jus, vertrokken papa en mama met mijn bagage noordwaarts en ging ik met Wouter mee Amsterdam in. Ik moest die avond naar Utrecht voor mijn eerste, live bestuursvergadering van DWARS, die ik  onder geen voorwaarde wilde missen.

Na de vergadering ging ik met de laatste trein naar Groningen, liep ik met mijn rugzakje van het station naar huis en… stond ik voor een dichte deur. Ik had mijn enige sleutel van het nachtslot uitgeleend aan de tijdelijke bewoners van mijn huisje. Mama wist niet dat ik er geen had en had heel secuur de deur op slot gedaan. Met als gevolg dat ik om half 3 ’s nachts smachtend voor de deur stond, na m’n fijne plekje vier maanden niet gezien te hebben. Het licht was zelfs aan en lonkte. Toen is mijn lieve mamsje meteen in de auto gesprongen om de sleutel te brengen en kon ik heeeeerlijk slapen!

EINDE (Oh, ik heb er toch nog best weer wat bij getypt.)

Advertenties


Balance
21 december 2010, 09:24
Filed under: Philly

Deel 12

Klaar! Mijn semester is voorbij. Het is tijd om de balans op te maken.

Mijn eigen balans is wat verstoord; ik ben al ruim een week ziek. Verkouden hoor, niks ernstigs, maar het was wel een wat ongelukkige timing. Woensdag had ik mijn mid-year review (mijn zangexamen) en donderdag mijn recital (voorspeelavond). Gelukkig is het goed gekomen. Woensdag hielp het zelfs wel dat ik verkouden was, op de een of andere gekke manier. En donderdag waren er toch maar twee mensen bij mijn recital, dus toen was de druk er al wat af, haha. Ik vond het niet erg dat er maar twee mensen waren. Ik had het ook zelf een beetje in de hand gewerkt denk ik. Als ik had gewild dat de zaal vol zat, had ik mensen meer persoonlijk moeten aanspreken. Ik had wel flyers opgehangen en een berichtje op Facebook gemaakt, maar dat bleek dus niet zoveel uit te richten. Maar ik had wel verwacht dat het zo zou gaan. Het concertje was alsnog erg leuk.

Een ‘balans’-vraag die veel mensen de laatste tijd stellen: “so, how do you like America? Is it what you expected?” Met die vraag kun je natuurlijk allerlei kanten op, want voordat je ‘ja’ of ‘nee’ zegt, moet je eerst helder krijgen wat het dan is dat je verwachtte. Ik heb het idee dat ik niet echt verwachtingen had. Mensen hier schijnen te denken dat ik het gevoel had dat ik naar een vreemd land ging en dat ze dat denken is natuurlijk ook helemaal niet verrassend. Het is eerder vreemd dat ik zelf niet echt dat gevoel had, voor zover ik me kan herinneren. Ik zeg aldoor dat ik al wist wat ik moest verwachten, omdat ik hier al eerder was geweest, maar eigenlijk is dat niet echt een sluitend antwoord. Voordat ik hier ging wonen, was ik namelijk in twee etappes ongeveer vier weken in Amerika geweest. Een keer op fieldtrip van school en vorig jaar met z’n zessen op vakantie. Natuurlijk krijg je dan een impressie van een land, maar het is toch anders om er te wonen, zou je zeggen.

Ik weet het niet, though. Misschien is het wel waar dat ik geen verwachtingen had. Ik ben gewoon in dat vliegtuig gestapt en ik dacht ‘ik zie het wel’. Ik wou vooral een poosje weg van mijn eigen school, maar tegelijkertijd wilde ik om andere dingen ook eigenlijk graag in Groningen blijven. Ik had geen enkel onderzoek naar Philadelphia gedaan, zelfs niet naar de school. Monique zei toen nog, “ah, weet je niet eens wat City Hall is?” Nee, ik had geen idee, ik had niks opgezocht.

En sinds ik hier ben heb ik ook niet erg veel opgezocht. Ik heb met papa en mama een toeristentour gedaan, maar dat was het eigenlijk wel zo’n beetje. Ik heb geen museum bezocht en geen concert gezien (behalve in New York, maar ik heb het even over Philadelphia nu). Ik ben naar een paar voorstellingen van studenten geweest, maar dat was het wel. Gek is dat he, je zou van een muzikant toch verwachten dat ze dat wel doet. Ik ben een beetje een raar geval, I guess.

Ik heb ook geen behoefte om van alles te bekijken, op de een of andere manier. Ik had het er net vandaag met mama aan de telefoon over. Wat ik veel interessanter vind, is om deel te worden van de machinerie van een stad. Wat ik leuk vind, is om de stad te leren kennen. En dan bedoel ik dus niet om alle belangrijke gebouwen te bekijken, maar om de weg te weten.¬†Om te weten wat de volgorde is van de niet-genummerde straten, die van oost naar west lopen. (South, Lombard, Pine, Spruce, Locust, Walnut, Sansom, Chestnut, Market.) Om te weten wat het nummer van Broad Street is. (14th Street.) Om te weten dat 11th Street de straat is met de tramrails, die trouwens niet gebruikt worden. (Oppassen met fietsen.) Om te weten dat de genummerde straten en gedeelte ‘North’ en een gedeelte ‘South’ hebben; City Hall vormt het splitspunt. (South 11th Street heeft dus niks te maken met South Street.)

Dat soort dingen te weten, geeft me het gevoel dat ik thuis ben in een stad. Hoe meer ik weet, hoe thuiser ik ben. Doordat ik die dingen nu weet, heb ik het gevoel dat ik hier gewoond heb en dat ik een speciale connectie heb met Philadelphia, die zal blijven als ik weer thuis ben. Want die straten liggen daar immers nog steeds en ik zou de weg weer weten te vinden als ik er weer terug kwam.

Maar toch blijft m’n hart natuurlijk thuis thuis liggen, in Nederland. Hoezeer ik ook opga in de machinerie van de stad, ik blijf me Nederlander voelen. En Groninger en Drent. Ik verzet me zonder uitzondering tegen de uitspraak “oh, you’re from Holland!” Nee, jongens, ik kom niet uit Holland. Helaas zijn de meeste mensen hier tevredengesteld met de kennis dat Amsterdam wel in Holland ligt. Als dat in Holland ligt, dan zal het wel goed wezen. Toch heb ik gelukkig ook al wat mensen kunnen verrassen met de wetenschap dat Holland slechts twee provincies is.

Als ik de balans opmaak van Amerika en Nederland, dan kom ik ook tot de objectieve, doch ongetwijfeld bevooroordeelde conclusie dat het terecht is dat mijn hart in Nederland ligt. Want laten we wel wezen, er valt nauwelijks iets te bedenken wat Amerika voor heeft op Nederland.

– Nederlanders hebben een veel betere eetcultuur. Amerikanen eten de hele tijd maar uit en gooien daarbij ongelooflijke hoeveelheden wegwerpeetmaterialen zonder pardon in de prullenbak. Sommige spullen, zoals servetten, belanden zelfs ongebruikt bij het afval.

– Ook plastic zakjes worden in groothandelhoeveelheden afgenomen door de gemiddelde consument. In supermarkten krijg je geld terug als je geen zakjes meeneemt, in plaats van dat je er geld voor betaalt als je er wel een wilt. Maar wie zou nou zelf een tas meenemen, als de zakjes toch gratis zijn?

– Daarbij zijn supermarkten gericht op volledige passiviteit van de klant. Ja, je kiest wel zelf je spullen en je werpt ze ook zelf in je mand, maar zelf inpakken laat men doorgaans door ingehuurde krachten doen. Dat resulteert in 3 artikelen per flutzakje.

– Jezelf vervoeren is een al even passieve aangelegenheid. Het gaat grotendeels per automobiel. De automobielen hier zijn een soort kartwagentjes; je drukt op gas en daar ga je. Je kunt, echt waar, in halve kleermakerszit je auto bedienen. Geen wonder dat men dan ook om de haverklap in ’t apparaat springt. Toch zou men voor de grap eens een fiets moeten proberen. Men zou merken, dat het vooral de auto’s zijn waardoor de reis vertraagd wordt. De fiets; DE oplossing voor het binnenstedelijke verkeer!

РMaar dat men niet massaal op de fiets springt, is misschien niet heel verwonderlijk als je bekijkt wat de opties zijn. Je komt meestal uit bij ófwel racefiets, ófwel mountainbike. Beide niet echt aantrekkelijke alternatieven voor degene die dagelijks in propere kledij de reis naar het werk onderneemt. De comfortabele fiets moet hier nog uitgevonden worden. Ik kijk uit naar mijn opoetje.

– Ik kijk ook uit naar Nederlands water. Het water hier is minder smakelijk dan thuis. Het smaakt naar chloorachtige viezigheidjes. Hoewel je daar na enige tijd aan gewend raakt, blijft Nederlands water eindeloos lekkerder. Ik kan niet wachten om het weer te drinken. Daarbij schijnt Amerikaans water slecht voor je haar te zijn en uitval te stimuleren. Sinds ik mijn haar weer geverfd heb, valt het me inderdaad wel op dat mijn borstel er erg rood uitziet na gebruik.

Maar Jojo, kan je dan echt niks bedenken wat beter is daar? Nou ok, dit dan.

– Ze serveren hier gratis kraanwater in restaurants. Dat is echt iets dat die krenterige Nederlanders van de Amerikanen zouden kunnen leren. Fijn!

Natuurlijk heb ik me prima vermaakt en het zijn allerminst ernstig levensbemoeilijkende omstandigheden, maar mijn patriottistische gevoelens komen toch wel naar boven. Het enige wat ik in Amerika beleefd heb en waar ik echt denk dat het Nederlandse equivalent nog veel van kan opsteken, is de school. Hoewel ook op hun programma van alles en nog wat valt aan te merken, vind ik de mate waarin ze georganiseerd en voorbereid zijn en hun curricula serieus nemen zeer voorbeeldig voor het Prins Claus Conservatorium.

Iets geheel anders waar ik al dagen over wil schrijven, zijn de concerten die we doen met het Philly Pops Festival Chorus. We hebben er inmiddels acht concerten in het Kimmel Center op zitten. Er staan er nog twee op de rol, waarvan ik de laatste zal missen, omdat ik dan al onderweg ben naar Portland, waar ik de kerst bij Maggie (mama’s nicht) zal doorbrengen.

Maar die concerten zijn heel noemenswaardig. Ze zijn namelijk iedere keer hetzelfde. Daardoor weet ik inmiddels precies wat wanneer komt en iedere keer dat ik daar in de rode koorbankjes zit te wachten tot ik weer aan de beurt ben, loopt het gebeuren als een verhaal door mijn hoofd heen. In gedachten heb ik het al een stuk of zeven keer uitgetypt. Nu ga ik het voor de eerste keer in het echt doen. Ben je er klaar voor?

Het begint een uur voor aanvangstijd van het concert, ofwel om 2 uur, ofwel om 7 uur. Ik ga dan door de artiesteningang naar binnen in mijn zwarte concertoutfit – meestal op mijn allstars, want op hakken lopen die ik zo weinig als maar mogelijk is – en ik neem de lift naar verdieping T1. Daar loop ik de Rendell Room in, waar we de warming-up doen met ons koor.

Vijf minuten voor tijd stellen we ons op in rijen, zodat we in de goede volgorde onze plekken kunnen innemen in de Verizon Hall. We lopen, met onze zwarte koormappen onder de arm, de zaal in en blijven op onze plek staan totdat ook het Philadelphia Boys Choir – in zwarte broek, wit overhemd en rood colbert – zich gesitueerd heeft. Dan gaan we zitten.

Om 3 uur of 8 uur wordt het zaallicht gedimd en komt de eerste violist van het orkest het podium op. Hij speelt tweemaal een A op de piano voor eerst de blazers en daarna de strijkers om te stemmen. Dan gaat al het licht uit, op een spotlight na. Die richt zich op Santa Claus, die het podium opkomt en er op miraculeuze wijze in slaagt door middel van een armgebaar de lichtjes in vier kerstbomen te ontsteken.

Terwijl hij het podium weer afloopt, komt Peter Nero het podium op. Meestal schudden ze elkaar onderweg de hand. Peter Nero is de dirigent van het Philly Pops orkest. Hij is een hele oude, wit-grijze man met een ontzettende charme en een betoverend gevoel voor humor. De publieken voor deze concerten zullen wel niet de moeilijkste zijn, met hun jolly christmas spirit, maar hij heeft ze in ieder geval volledig op zijn hand.

Het eerste nummer dat we spelen, is een medley van verschillende kerstnummers. Het begint met een aantal maten koperblazers. Op een bepaald moment staat ons hele koor op en enkele maten later vallen we in met ‘Joy to the world’. Een paar minuten en wat gloria’s en jingle bells verder hebben we happy holidays en daarmee het eind van het nummer bereikt.

Dan is het tijd voor het Phildelphia Boys Choir, dat een enigszins langdradig engelenliedje brengt. Ik ga er echter vanuit dat hun engelachtige geluid de langdradigheid compenseert voor het publiek. Voor mij is het vooral hun dirigent, Jeff Smith, die alles goed maakt. Tijdens dit nummer dirigeert hij de boel en dat is wat mij betreft nog more adorable dan die jongetjes. Hij playbackt praktisch het hele nummer mee, met overdreven articulatie, om de jongens aan te moedigen luid en duidelijk te zingen. Hij zet daarbij grote ogen op en wenkt het koor met zijn vingers om meer geluid te krijgen. Zijn betrokkenheid zet vriendelijk bloed bij mij.

Na “Angels Carol” brengen we, in Peter Nero’s woorden, “Rachel’s take on the Ella Fitzgerald take of Santa Claus is coming to town”. Rachel York is de broadwayzangeres die als gastsoliste enkele nummers zingt in het concert. Peters grap krijgt de zaal steevast aan het lachen, ook al moet ik zeggen dat ik deze zelf niet bijzonder sterkt vind. Maar hee, het werkt!

Na enkele achtergrondlijntjes voor ons in dat nummer, hebben wij weer een nummer pauze. Rachel York zingt “Santa Baby”. In dit nummer verleid ze Santa Claus; ze wil graag ‘the deed’ and ‘a ring, I don’t mean on the phone’. De Kerstman himself doet natuurlijk mee aan dit nummer. Ze neemt bij hem op schoot plaats en kort daarna ook bij de eerste cellist, die voor de gelegenheid even zijn cello uit handen geeft aan zijn buurman. Hij heeft echter het nakijken aan het eind van het nummer, want Santa heeft cadeautjes en de cellist heeft in principe vrij weinig te bieden. Een erg amusant stukje, dat het ook aldoor erg goed doet bij het publiek, haha.

“The Chanukah holiday has just passed, but the spirit remains with us. That’s why we want to play you a group of Chanukah songs, appropriately entitled “A group of Chanukah songs”.” (Publiek: lach hier. (Doen ze altijd.))

Dan zingt Rachel York een jazzy uitvoering, zonder orkest, van “Have yourself a merry little Christmas”, gevolgd door het instrumentale “White Christmas”, featuring Peter Nero op de piano. Geweldige pianovirtuoos is hij ook nog! Volgens Wikipedia is hij inmiddels 76 jaar, maar hij is echt nog zo levendig als wat en dus nog op de b√ľhne ook. That’s one hell of a way to grow old. Doe mij ook zo een.

Na “White Christmas” zijn wij weer aan de beurt. We zingen twee liedjes uit yet another medley. Het eerste nummer is “Bring a torch”, een schattig kerstliedje dat ik nog nooit eerder had gehoord. Daarna komt er een heleboel halleluja en gloria in de hoogte.

Dit wordt meestal goed ontvangen, maar het hoogtepunt van de avond is dan nog niet bereikt. Vlak daarna komt dat wel, en wel in de vorm van “I’ll be there”. Peter Nero: “When I first heard a recording of “I’ll be there”, I thought it was the Jackson Five. But it wasn’t, it was the Philadelphia Boys Choir. They recorded this song and they will perform it for you tonight.” Dan komen twee jongetjes, genaamd Nathan Butler en Aaron Houston, het podium op en zingen het nummer, gebackt door de rest van hun koor en de mannen van ons koor. Dit is een nummer met een hoog R&B-gehalte en vooral Aaron Houston van de Afro-Amerikaanse gemeenschap weet dat bij het publiek donders goed uit te melken. Tegen het einde van het nummer zingt hij, a capella, een enorme lick op de tekst ‘I’ll be there’, waarna het orkest en het koor weer invallen en het publiek uitbarst in een daverend applaus. Meestal springen de mensen als het nummer voorbij is onmiddellijk uit hun stoelen voor een staande ovatie. Het is nog maar twee keer niet gebeurd.

Na dat nummer zegt Peter Nero: “Who could be the ones to follow that. [Publiek lacht] Oh wait, it’s us! [Publiek lacht nog meer.]” Gelukkig is het volgende nummer ook vrij entertaining. Het is een medley van liedjes uit de musical “How the Grinch stole Christmas”. Peter: “I guess you are all familiar with the books of Dr. Seuss? [Publiek zegt: “Yesss!”] One of these stories is about the Grinch, also a popular motion picture. When my children were young, I used to read those books to them. Now they’re reading them to me. [Lach!]”

Het orkest speelt, wij springen weer van onze bankjes – dit keer zonder koormappen, jaja, het is heus – en zingen onze liedjes. Tijdens het tweede liedje in de medley – “You’re a mean one, Grinch” – komt meneer Kerstman, dit keer in Grinchpak, het podium op. Daar maakt hij orkestleden met een knuffel aan het ‘schrikken’. [Publiek lacht.] Tijdens het derde liedje barst het koor vanwege pure jolliness zowaar uit in gedans. (We stappen van de ene voet op de andere en, niet vergeten!, we beginnen aan de rechterkant.) We eindigen met een ‘Yeeeeeeah’ en wapperen daarbij met onze jazz hands ter hoogte van onze middel.

En dan is het tijd voor Peter Nero’s favorite holiday song en het moeilijkste stuk van de avond: “Ave Maria”. Je moet weten, Peter Nero is niet echt een eenvoudige dirigent. Dirigenten hebben een slagpatroon, waaraan je kunt zien op welke plek je je bevindt in de maat. Hiermee wordt dus ook het tempo aangegeven. Wij moeten daar erg goed op letten, want we kunnen het orkest vaak niet goed horen en bovendien zit er een vertraging tussen het moment dat het orkest speelt en het moment dat wij dat horen. Als wij vertraagd zingen, krijgt de zaal een nog vertraagder geluid. Als het tempo nou de hele tijd hetzelfde zou zijn, dan zou je af en toe wel eens de dirigent uit het oog kunnen verliezen, zonder dat dat grote consequenties zou hebben, je moet immers gewoon door zingen. Alleen Peter Nero wil het tempo nog wel meer dan eens vertragen en versnellen. We moeten hem dus goed in de gaten ¬†houden. Maar zelfs met hem in de gaten, is het soms onduidelijk hoe snel we gaan, want zijn slagpatroon is niet bepaald straight forward. Soms valt in het geheel niet af te leiden welke tel hij slaat en vaak verdeelt hij tellen ook onder. Hij geeft dan in plaats van alleen de kwartnoot, ook de achtste noten of de triolen aan. Dit maakt het allemaal wat gecompliceerder. Vooral bij “Ave Maria” heeft dit voor ons consequenties. Ik ben dan ook altijd weer blij als dat nummer voorbij is.

Met dit nummer is ook bijna de eerste helft van het concert voorbij. Er rest dan alleen nog dit: “We would like to close the first half now, with our favorite, traditional “First half closer”.” [Publiek lacht.]

Daarna verlaten we de zaal voor de pauze. Backstage worden we opgewacht door het African Episcopal Church of St. Thomas Gospel Choir, dat in hun kleurrijke, Afrikaanse outfits ieder concert een een applaudisserende erehaag voor ons vormt. Veel van hun koorleden houden hun handen omhoog om ons te high fiven en er wordt algemeen gejoeld. Dit koor wordt in de tweede helft toegevoegd aan de twee koren die er al zaten.

De tweede helft begint met een nummer uit Harry Potter. Niet zo kerstig, wel mooi. Daarna speelt de organist, Peter Richard Conte, een solo. Het eerste concert speelde hij “Carol of the friendly beasts”, maar dat klonk niet zo friendly en hij besloot de volgende avond wat anders te spelen. Ook dat vond hij blijkbaar echter niet geschikt en de derde avond speelde hij “Deck the hall” (falalalala, you know?). Sinds dat concert, speelt hij iedere keer hetzelfde, al heel wat keertjes dus, maar Peter Nero heeft nog steeds het gevoel dat hij iedere keer op wat anders getrakteerd wordt. Hij vraagt dan ook aldoor: “What are you playing tonight, Peter?” De organist schreeuwt dan, van helemaal hoog bij het orgel waar wij ook zitten, “Deck the hall!” Peter Nero is iedere keer weer verbaasd, lijkt het, haha.

Na de orgelsolo is het weer tijd voor Rachel York, “she’s been off stage for quite a while now and she didn’t seem too happy about that. She was quite angry with me during the intermission.” Ze zingt “Diva’s lament”, een heel grappig aanstelleritisnummer waarin ze klaagt over het feit dat haar carri√®re zo in het slop is geraakt en dat ze zo weinig op het podium mag staan van haar producers. Het grappigste moment vind ik het moment waarop ze zingt “I’m pregnant, I’m not fat!” De context wordt me niet duidelijk, want ik kan het niet goed verstaan vanuit de koorbankjes, maar ik vind het leuk, omdat ze hoogzwanger is. Echt joh, je zou die buik moeten zien. En dan een galajurk erover en hakken eronder. T is n wonder dat het niet omvalt.

We gaan verder (nog even, we zijn er bijna ;)) met de sing-along, yayyy! Het zaallicht gaat aan en iedereen mag meezingen met een paar kerstklassiekers. Hierbij heeft ons koor een paar hi-la-ri-sche bewegingen, die zich vooral betrekken op “Rudolph the red-nosed reindeer” (reindeer! Had a very shiny nose. Like a flashlight!)

Na dit feestje is het eindelijk tijd voor het African Episcopal Church of St. Thomas Gospel Choir. Zij brengen twee gospelnummers. Hun passie is hartverwarmend. Net als vorig jaar, toen we in een gospelkerk waren in San Francisco, overweldigt me dat op de een of andere manier steeds weer. Je religie vanuit een optiek van vreugde te beleven en daar met zoveel life over te zingen, is tot nog toe de enige manier die me sensical voorkomt. De godvrezendheid van de protestanten waarmee ik ben opgegroeid steekt daar schril bij af. Deze mensen zingen “I can feel the presence of the Lord and I’m gonna get my blessing, right now!” Haha, way to go. Ik moet er elke keer weer om lachen.

Na deze vreugdevolle performance is het concert zo’n beetje ten einde. Het wordt nog gevolgd door het uitermate ernstige “Hallelujah Chorus”, dat de zaal traditiegetrouw staand beluistert en meezingt. Tot uiterst slot speelt het orkest nog een lied waarbij iedereen geacht wordt te klappen op zeer specifieke wijze. Het is me volstrekt onduidelijk wat dit voor lied is en waarom we zulke wanpraktijken tot uitvoer moeten brengen. Ik heb wat videomateriaal gesmokkeld. You be the judge! (Vanaf ongeveer halverwege begint het geklap.)

Plaatje!

Cello-vormige zaal en het orkest

Peter Nero and the Philly Pops

Mijn buurman en -vrouw

Koormap!

Zo, het is hier onderhand na 4 uur ’s nachts en het wordt zo langzamerhand tijd eens naar bed te gaan. Morgen is mijn laatste dag als bewoner van 1602 2R Spruce Street. Raar! Ik heb al een koffer ingepakt en naar het huis van een vriend verplaatst. Ik ben nog meer terug in Philadelphia rond nieuwjaar en ik logeer dan bij een vriend. Mijn huur loopt af op 23 december. Ik neem niet al mijn bagage mee naar Portland, dus die laat ik hier tijdelijk achter. Het is heel maf dat ik nu weer weg ga. Ik ben zo gewend geraakt aan het huis en de stad en aan het tijdsverschil met Nederland. Straks is alles weer gewoon en dat went natuurlijk snel genoeg, maar voor nu is het een heel merkwaardig idee. Maar wel heel erg veel zin in!

Eerst nog even genieten van kerst op de westkust en oud&nieuw op de oostkust. Ik denk dat het mooie feestjes worden. Vandaag, inmiddels, viert ook mijn lieftallig zusje Anna feest. Ze is jarig. Ik wilde haar gaan bellen na mijn nacht, maar sinds het daar inmiddels al na tienen is, denk ik dat het maar ga doen voordat ik naar bed ga. Dus Anna, gefeliciteerd en maak je klaar voor de phone call!

U verder allen wens ik een bijzonder fijne vakantie en alvast een hele fijne kerst en jaarwisseling. Ik schrijf nog wel even weer voordat ik terug ben, denk ik, ook al zal de tijd heel snel gaan vanaf nu. Ik ben bijna weer thuis!

OOH en trouwens! Ik ben penningmeester van DWARS landelijk! Just thought you should know. Ik vind het een groot feest en ik heb al van alles gepland staan voor januari in die functie. Superveel zin in.

Ok doei!

Dikke liefs, nog een keer uit Philadelphia,

Jojo



Politiek
5 december 2010, 02:36
Filed under: Philly

Deel 11

Even een onderbreking van mijn (wellicht volledig onopgemerkte) gewoonte om de titel in het Engels te kiezen. Deze titel moet alleen gewoon in het Nederlands, omdat het alles met Nederland heeft te maken en betrekkelijk weinig met hier. Er gebeurt de laatste tijd van alles, allerlei dingen die me het gevoel geven dat ik op twee plekken tegelijk ben. Pas op hoor, het wordt een jubel-blog.

Het allerlaatste wat ik in augustus in Groningen gedaan heb – ik had mijn koffer al op het station in een kluis staan en mijn handbagage hing zwaar om mijn nek – was een gesprek voeren met de kandidatencommissie van GroenLinks Groningen. Op 2 maart volgend jaar zijn de Provinciale Statenverkiezingen en ik, ambitieus en geduldeloos als ik ben, dacht ‘ah, hartstikke mooi. Ik ga me kandidaat stellen.’ De verkiezingen waren immers pas in maart, dan was ik al lang weer terug.

Als je op een verkiesbare plaats op de lijst wilt komen te staan, dan krijg je eerst een advies van een kandidatencommissie, zodat het voor de leden duidelijker is wie wat in huis heeft. De leden stemmen vervolgens over de volgorde van de lijst. Ik had mijn gesprek nog net gehad voordat ik weg ging, maar de kandidatencommissie voerde nog gesprekken met kandidaten tot in november. Ik moest dus nog een flinke poos wachten voordat ik mijn advies kreeg.

Ongeveer twee weken geleden kwam het advies dan eindelijk. Ze schreven erg lovend over me. De commissie zag veel potentieel in mij en noemde me een ‘rising star’, maar vooralsnog vonden ze dat ik te weinig inhoudelijke kennis had om erg hoog op de lijst te komen. Ze adviseerden me voor plek 8/9/10. GroenLinks haalt waarschijnlijk drie of vier zetels in de Staten.

De volgorde werd een week later bepaald op de provinciale ledenvergadering. Daar kon ik natuurlijk niet bij zijn, want ik ben – het zal menigeen niet ontgaan zijn – momenteel in Philadelphia. Om mezelf toch in de markt te kunnen prijzen, heb ik toen een video opgenomen en opgestuurd. Die hebben de Groningse GroenLinksers op de vergadering bekeken en het effect was zeer tevredenstellend: ik ben gekozen op plek 8! De beste plek die ik had kunnen verwachten naar aanleiding van mijn advies. Nu kan men in maart op mij stemmen. (Ja, dit is een oproep aan alle inwoners van Groningen, hihi.)

Maar goed, ik kom dus naar alle waarschijnlijkheid niet in de Provinciale Staten. Gelukkig diende een andere bezigheid zich onmiddellijk aan. (Stel je voor dat een mens niks te doen zou hebben…) Een paar maand geleden had ik bij DWARS landelijk gemeld dat ik wel ge√Įnteresseerd was in een bestuurspost, maar dat ik het liever volgend jaar deed, vanwege afstuderen, mijn penningmeesterschap bij DWARS Groningen en mijn kandidaatstelling voor de Provinciale Staten. Ik zei erbij dat ze me wel als back-up mochten noteren, mochten ze tegen december nog geen kandidaat hebben gevonden voor een bepaalde functie.

Krijg ik toch de dag voor de ledenvergadering van GroenLinks Groningen een mail van DWARS met de mededeling dat de kandidaat voor de post van penningmeester zich heeft teruggetrokken; zou ik me kandidaat willen stellen? ‘Nujaaa,’ denk ik, ‘als ik dan toch geen volksvertegenwoordiger word, dan maar landelijk bestuurslid van de GroenLinkse jongeren.’

I’m so excited! Maandag heb ik een gesprek, via Skype, met de kandidatencommissie. Zij brengen dan wederom een advies uit en op het DWARS-congres, dat volgend weekend plaatsvindt in Amsterdam, zullen de leden bepalen of ze mij met de duiten vertrouwen. Erg spannend!

Ik dacht dat januari een lekker lege, ontspannen maand zou worden. Ik heb dan eigenlijk nog niet weer les, omdat het eerst semester in Groningen tot in februari doorloopt. Maar zoals het er nu naar uitziet, heb ik, als alles verloopt zoals ik hoop, genoeg te doen in die maand.¬†Ondertussen vragen n√ļ ook DWARS Groningen en de naamsdiscussiebegeleidingscommissie van DWARS waar ik in zit, om aandacht. Ik hou zo van al dat geDWARS en geGroenLinks, dat ik zo langzamerhand niet meer kan w√°chten om naar huis terug te gaan. Vanwege dat √©n…

Nasi. Fiets. Karlijn. Water. Sneeuw. Sinterklaas. Zussies. Willemstraat. Bier. Keuken (Pan. Bestek. Bord.). Bed.

Maar ik heb nog het een en ander aan dingen af te ronden in Philadelphia. Ik dacht dat ik een erg relaxed semester zou hebben hier, omdat ik nauwelijks studiepunten hoef te halen voor Nederland. Maar ik, als onverbeterlijke committer, heb natuurlijk gewoon een vol vakkenpakket gekozen en sta er nu ook op dat ik alles met goed gevolg afsluit.

Bovendien zit ik in een kerstkoor. We hebben de afgelopen weken iedere dinsdagavond gerepeteerd en vandaag hebben we ons eerste optreden gehad in het Kimmel Center. Er staan er nog negen op de rol, allemaal op dezelfde locatie. De zaal is ontzettend groot en werkelijk prachtig. Google maar eens op ‘Verizon hall’.

De komenden weken worden nog even keihard werken, aan mijn vakken, aan de concerten, aan mijn politieke bezigheden en aan mijn compositiewerk voor mijn eindexamen in Groningen. Langzaam maar zeker begint het project meer vorm te krijgen. Het vergt alleen veel mentale inspanning en bovendien is het erg moeilijk. Ik heb geen ervaring met het schrijven van zo’n groot project en kan me dus maar een beperkte voorstelling maken van hoe dat wat ik schrijf in werkelijkheid zal klinken. Als ik terug ben ga ik zo snel mogelijk met repetities beginnen en dan zal moeten blijken wat het waard is!

Als straks het semester voorbij is, doe ik het rond kerst √©ven een beetje rustig aan, en wel in Portland, Oregon. Ik heb besloten dat ik naar de andere kant van de Verenigde Staten van Amerika vlieg om de kerstdagen door te brengen bij Maggie, mama’s nicht. Ik ben daar erg welkom en ik weet dat ik in goed gezelschap terecht kom. Het is gebleken dat dat wat lastiger in te schatten is bij mensen die je minder goed kent.

Goed! Nu is het al weer half 10 en ik moet nog studeren vanavond. Maandag heb ik een presentatie voor muziekgeschiedenis en dinsdag heb ik mijn tentamen voor pianoles en mijn compositieles, hét stressmomentje van iedere week. Ik ga nu even naar school om voor piano te oefenen en om mijn vliegticket te boeken. Dat moet nu gauw gebeuren.

Ik wens iedereen een hele fijne Sinterklaas! Geniet ervan and may the good Klaas smile on you.

Dikke kus uit Philly,

Jo



Daddy and momma
30 november 2010, 03:28
Filed under: Philly

Deel 10

Tijd voor een update, staat hieronder. Dat is zeker het geval. Nog meer dan toen ik dat schreef, want dit stuk heeft een dikke week in concepten gestaan. Just so you know. Oude koeien. Wel lieve koetjes.

Tijd voor een update. De tijd gaat zo snel voorbij en sommige dingen zijn zo gewoon geworden, dat ik het, voor uw en mijn bestwil, niet nodig vind daar aldoor over te schrijven. Sommige dingen, daarentegen, zijn verre van dagelijkse routine. Het bezoek van mijn geliefde ouders vorige week was zeker zo’n ding.

Vorige week zondag, nee wacht eens even, dat is al weer twee week geleden, 7 november, kwamen ze aan in New York. Daar hebben ze de nacht doorgebracht bij een collega van mama – de eerste stop op de collegae-tour van die week. Maandagochtend kwamen ze naar Philly met de Megabus. Die dag heb ik ze voorgesteld aan mijn Amerikaanse leven. Ze zijn mee naar school geweest en we hebben een rondje door de stad gelopen, dat ons onder andere naar een van mijn favoriete plekjes in Philly leidde: de Whole Foods supermarkt. Ze waren onder de indruk. Jazeker.

’s Avonds hebben we heerlijk gegeten bij The Victor Caf√©, op aanraden van meerdere mensen. Om aangenomen te worden bij The Victor Caf√©, moet je heel wat in huis hebben. En vooral heel wat in je strot hebben. De obers barsten namelijk om de zoveel tijd uit in gezang. Onze ober, Megan, zong eerst een aria en later nog een stuk uit een musical, samen met een mannelijke ober. Prachtig! Dus, voor wie hier nog eens in de buurt is: een aanrader.

Dinsdag was de toeristendag. Ik had nog niet zo’n dag gehad, dus dat werd hoog tijd. We zijn op de zeer informatieve hop on-hop off sightseeing tour bus gesprongen. Die was minstens 5 keer zo duur als we verwacht hadden, maar hey, what can you do. Het was het zeker waard. We hebben veel geleerd over Philadelphia, voor zover we konden verstaan wat Aaron zei op het open dek van de dubbeldekker, en we hebben mooie plekken gezien. Helaas was er aan het eind van die tour geen tijd meer om nog dingen te gaan bekijken die we waren tegengekomen, want daddy and momma moesten weer terug met de bus om op tijd bij collega nummer 2 te zijn.

Woensdagochtend stuurde ik ze naar New York. Ik had de hele dag les, dus ze moesten zich overdag zelf vermaken. Ik had bedacht dat het leuk zou zijn om een musical op Broadway te kijken. Ik had al eerder van de musical Wicked gehoord en die scheen heel goed te zijn, dus we wilden daar graag tickets voor gaan boeken op donderdagavond, maar die voorstelling bleek al uitverkocht te zijn. De woensdagavond was echter nog wel beschikbaar. Ik ben dus later die dag naar New York gekomen en na een snelle reis met de metro we waren nét op tijd in het theater. Het was een prachtige show. Kosten noch moeite waren gespaard om alles vorm te geven. De hoofdrolspeelster, die helemaal groen geschilderd was, omdat ze een groene heks speelde, deed een very good job.

Na de show zijn we naar het huis van collega nummer 3 gegaan, waar ik ook kon logeren in haar piepkleine huisje. Papa en mama sliepen in het stapelbed van de zoon des huizes en ik sliep op de slaapbank. Die nacht bevonden zich in dat huis 6 mensen, een kat en een cavia. What an accomplishment!

Donderdag was onze New Yorkse toeristendag. Ik was al een paar keer eerder in New York geweest en had het vrijheidsbeeld al vaker dan eens van een afstand bekeken, maar was er nog niet aan toe gekomen om naar het eilandje te varen waar het ding op staat. Deze onderneming leek me uitermate geschikt om met mijn ouders uit te voeren. Zodoende reisden we donderdagochtend af naar het zuidelijkste puntje van Manhattan, waarvandaan het veer naar Liberty Island en Ellis Island vertrekt.

In de rij werden we gewaarschuwd voor ‘airport-like security ahead’. Of we onze pistolen wel even wilden achterlaten, en ooh, ophalen naderhand was niet mogelijk. Sleutels in de bak. Telefoon in de bak. Riem in de bak. Jas in de bak. “Miss, would you take your scarf off please.” “Why, there is not metal in here.” “Miss, take your scarf off please.” “Alright, FINE.” “Is there a problem, miss?” “No, there is no problem, I’m just annoyed.” Zeker dat laatste was waar. De Amerikanen zijn af en toe wat parano√Įde en dan bedenken ze zulke achterlijke maatregelen als deze, voor een toeristenveer naar een standbeeld.

Maar goed, het scheen dat we geen terroristen waren (hihi, hebben we ze toch even mooi voor de gek gehouden) en we mochten de boot op. Die bracht ons eerst naar Liberty Island. Het vrijheidsbeeld is werkelijk kolossaal. En, zo leerden we, de metalen constructie die in de koperen buitenkant zit, is gemaakt door Gustave Eiffel, die verantwoordelijk was voor een andere metalen constructie die ons ongetwijfeld allen bekend is…

De volgende stop op onze trip was Ellis Island. Dat is de plek waar tussen 1892 en 1954 immigranten werden ontvangen en waar werd besloten of zij werden toegelaten tot de Verenigde Staten. Ik krijg altijd een beetje een magisch gevoel als ik op een plek ben waar zoveel historie ligt. Te zijn op een plek waar zoveel mensen zijn geweest en waar zich zoveel verhalen hebben afgespeeld, heeft voor mij een bijzondere lading.

We hadden verwacht nog tijd over te hebben om wat anders te doen, maar uiteindelijk moesten we in rap tempo door het museum op Ellis Island heen, omdat het sluitingstijd was en de laatste boot gauw zou vertrekken. Rond half 6 waren we weer terug op Manhattan. Daar hebben we lekker gegeten bij een restaurantje waar ik twee jaar geleden, toen ik met school in New York was, ook twee keer heb gegeten en dat me was bijgebleven.

Die avond logeerden we in een hostel in Brooklyn. Het was een grappige bedoening. Bij binnenkomst struikelden we over de schoenen, die iedereen in de hal achterliet. Vergeefs gingen we op zoek naar een receptie. De functie van receptie bleek te zijn overgenomen door de eerste slaapkamer die je tegenkwam. Daar verbleef het personeel, in pyjama en op sloffen. Het was een klein hostel en de mevrouw kende mij bij naam, aangezien we over een paar dingen hadden gecommuniceerd over de mail. Ze leidde ons naar boven, waar we een 4-persoonskamer met 2 stapelbedden hadden. Alles prima, prima. Heerlijk geslapen.

Vrijdag was winkeldag. Papa moet waar hij ook heen gaat natuurlijk altijd even spioneren bij warenhuizen, dus dat stond voor hem die dag op het programma. Mama en ik pasten daar maar even voor en ondernamen onze eigen New York-tour. Wij hebben ook wat shopping gedaan. Verder hebben we bij Ground Zero gekeken, dat nog steeds een bouwput is, en zijn we de Brooklyn Bridge op geweest.

Om 20 voor 5 nam ik de bus weer terug naar Philly. Papa en mama hebben me uitgezwaaid en zijn daarna zelf richting vliegveld gegaan. Het was fijn om de hele week met m’n lieve oudertjes door te brengen. En, hoewel ik aan hun ogen zie dat ze ouder beginnen te worden, zitten ze voorlopig nog wel even goed. Het is meerdere malen gebeurd dat mensen dachten dat mama en ik zussen waren! Of dat een compliment is en voor wie zullen we maar even in het midden laten, het was in ieder geval erg grappig. Er was ook een verkoopster die het voor elkaar kreeg mij 15 te schatten en childish te noemen, waarna haar collega 5 minuten later opmerkte dat mama net een baby was en dat ik meer haar zus leek. We hebben dus allebei heel wat jaartjes verloren…

Plaatjes!

Philadelphia

Magic garden; deze meneer heeft zijn hele huis gemoza√Įekt!

Live opera in The Victor Café

Papa & Jojo

Mama & Jojo!

Rondritbus (dit is niet Aaron)

City hall vanaf Broad Street

Met mijn zangdocente Mary Ellen. We kwamen haar toevallig tegen op straat!

Must-see: Times Square New York

Wicked!

Mama & haar kabouter & NYC skyline

Mevrouw Vrijheid!

Papa & Jojo & NYC skyline

Schemering

Donker

Utrecht blijft maar opduiken...

Mamsje! ‚̧

Xxxx



Of all and yet something
4 november 2010, 01:41
Filed under: Philly

Deel 9

Het wordt koud hier. Ik heb inmiddels de winterjas aan en de sjaal om. Binnenkort komen ook de handschoenen erbij. Ik hou er wel van. Koud weer bevalt me prima. In mijn filosofie is koud beter dan warm, omdat je gewoon wat extra kleren kunt aantrekken als het koud is, maar je niet kouder kunt worden als het warm is. Ik heb geen idee hoe koud het precies is, want temperaturen in Celsius kom je hier niet tegen en die Fahrenheit-schaal zegt me niet zo veel. Ah, ik heb het even uitgerekend. Vandaag was het rond de 13 graden overdag en vannacht wordt het ongeveer 6 graden.

Gister sprak ik met de conci√ęrge bij de receptie en hij vroeg of het in Nederland warmer was dan hier. Ik wilde hem gaan vertellen wat de temperatuur in Nederland ongeveer was in de winter, maar ik realiseerde me dat dat niet zou opschieten, vanwege de schaal. Ik vertelde de conci√ęrge dat wij Celsius gebruiken, waarop hij zegt: “Yes, we’re a little bit backward in America, we still think in temperature instead of Celsius.” Haha. De beste man vond dat Amerika achterlijk was, omdat ze Fahrenheit gebruiken in plaats van Celsius, maar stiekem wist hij zelf het verschil niet tussen ‘ temperatuur’ en ‘Fahrenheit’.

Wie weet of het aan de kou buiten ligt, maar in ons huis lijkt het steeds drukker te worden. We hebben er een paar ongevraagde huisgenoten bij. Ze heten muis1 en muis2. Ze leven in de keuken: onder de koelkast, de vaatwasser en het fornuis en in het keukenkastje. Sinds ik een bank heb gekocht en in de keuken heb gezet, breng ik daar veel tijd door. De muizen en ik hebben elkaar dan inmiddels ook behoorlijk goed leren kennen. Om de haverklap komen ze onder de apparaten vandaan en schieten ze langs de keukenkastjes naar het volgende apparaat. Af en toe maken ze zelfs een ommetje, maar dan moet je net mazzel hebben. Ze zijn behoorlijk schichtig, you see. Van de week had ik geluk. En nu schenk ik jullie het genoegen in dit geluk te delen. Watch and enjoy.

Also featured in this video: mijn nieuwe Appeltje-computer, mijn nieuwe, rode University of the Arts Camelbak drinkfles en mijn redelijk nieuwe lichtbruine, leren laarzen. En mijn bank natuurlijk. Credits to the amazing camera woman: ikke!

Maar even serieus, die muisjes waren mijn party buddies in het Halloween-weekend, afgelopen weekend. De hele stad was verkleed, ok, de halve stad. Voor vrouwen betekent dat: kleed je aan als een hoerige Sneeuwwitje, een hoerige Pocahontas of een hoerige zeemeermin. Dat is sowieso al niet mijn pakkie-an, om het maar even toepasselijk te formuleren. De mensen die bij die pakkies horen zijn ook niet echt mijn types. En ik heb een beetje gelogen de vorige keer. Alleenheid is niet echt een oude vriend. Het is meer een oude stalker die zich soms gedeisd houdt, maar altijd binnen afzienbare tijd weer toeslaat. En eigenlijk hou ik daar niet in het minst van. Nu zijn er wel mensen waarmee ik goed kan opschieten, maar er is, blijkbaar, nog niet genoeg tijd voorbij gegaan voor hen om mij te bellen voor een feestje. Dus terwijl de ene helft van de stad in hun pakkies door de stad paradeerde en de andere helft gezellig bij elkaar was, zat ik alleen in de keuken met mijn Appel en werkte ik aan mijn composities. Toen was ik wel een beetje verdrietig.

Nu is het weer wat beter. Maandag ben ik even wat gaan eten met iemand. Gister vroeg iemand of ik zin had om wat te gaan doen. Hoewel het uiteindelijk niet door ging, is het toch fijn als mensen je betrekken. Het zal vast een residu van de basisschool zijn, maar ik ben altijd bang dat mensen me niet moeten als ze me niet betrekken. Ook als mensen eerst heel vriendelijk doen en zich vervolgens niet als vriend gedragen, ben ik bang dat ze van gedachten veranderd zijn en niks meer met me te maken willen hebben. Maarja, ik blijf mezelf maar gewoon vertellen dat dat waarschijnlijk meer aan mijn paranoia ligt dan aan de mensen.

Met die composities is overigens veel aan de hand. Ik had gister een life-changing event: mijn allereerste individuele compositieles in mijn leven. Het was erg imponerend. Ken je dat gevoel, dat je denkt, mwoah, ik ben daar best wel goed in, wat ik doe is lang niet gek. En dat je dan met iemand spreekt die er écht verstand van heeft en dat je daarna denk, woah, ik bak er niks van. Nou, zo voel ik me nu een beetje. Hij heeft even in een uur aan me geopenbaard dat er nog héél véél moet gebeuren en dat ik daar nog héél véél voor moet studeren. Dat wist ik natuurlijk wel, maar de urgentie is ontzettend omhoog gegaan en de ontzetting overigens ook. Ik moest vandaag voor een andere les een compositie afmaken en ik durfde haast niet meer, haha. Ik vreesde dat wat ik ook schreef, het waarschijnlijk volkomen idioot zou zijn en nog wel geheel buiten mijn weten om! Maar natuurlijk laat ik me door dat alles niet de kop op zitten. (Hee, dat is geen uitdrukking, toch? Wat is het wel? :S) Ik ga gewoon studeren, hoe overweldigend het ook is. Er is zoooo veel!

En dan zit ik nog op mijn gebied… Met dansen zit ik dat niet. Bepaald niet. Toch neem ik nog steeds die dansles, hoewel ik vorige week op het randje van stoppen stond. Ik bakte er niks van! Echt niks. Ik kon het niet nadoen, laat staan onthouden, laat st√°√°n in spiegelbeeld zetten. En iedereen stond daar met zulke serieuze koppen, als hun levens ervan afhingen. Dus ik dacht, ik stop ermee. Het is wel mooi geweest. Dus ik naar de juf. “Juf, ik denk dat ik er maar mee stop.” ¬†Hooo, daar kwamen de traantjes. Want ik wilde natuurlijk helemaal niet stoppen en ik hou al helemaal niet van falen. Juf zegt: “Neeee! Niet stoppen! Het maakt niet uit dat je die danspasjes niet na kunt doen. Dit is een beginnersles. Ook al kan je aan het einde van de cursus alleen je been optillen, dan vind ik het al prima. You need a tutor.”

Zo gezegd, zo gedaan. De beste jongen uit de klas heeft me de volgende dag geholpen met het stukje dat we oefenden en toen had ik in ieder geval al het gevoel dat ik soort van een idee had waar we mee bezig waren. Vandaag gingen we dat gebeuren in spiegelbeeld doen. Be-hoor-lijk challenging. Bij foutloos uitvoeren zat ik nog niet bepaald in de buurt, maar ik was ook niet meer zo verloren als vorige week. Progressie, whoehoe! Juf Megan heeft ons vandaag met de webcam opgenomen, zodat ze wat commentaar kan geven. Als het goed is, krijgen we zelf ook de video. Als ik het niet té beschamend vind, zal ik jullie daar binnenkort deelgenoot van maken, haha.

Er zijn ook dingen die ik wel kan, zoals liedjes zingen. Twee week geleden was de Junior&Senior recital. Daar heb ik een eigen nummer gespeeld. Het werd goed ontvangen en ik was er zelf ook tevreden over. Ik zou eerst misschien pas in november gaan spelen, met de tweedejaars, maar ik ben blij dat ik toch gewoon bij de hogerejaars ben gegaan. Op zo’n avond te spelen zorgt er toch ook voor dat je met meer mensen in contact komt. Plaatje!

Mijn fiets is stuk. De remkabels deden het niet meer. Ik weet niet wat er kapot aan is, en wat er √ľberhaupt kapot aan zou kunnen zijn zolang ze niet doormidden zijn, maar het is een feit dat het niet meer werkt. De remblokjes waren ook helemaal afgesleten. Dus nu krijg ik nieuwe. Nouja, krijg, ik moet wel betalen natuurlijk. En dat is jammer, want ik had eigenlijk geen zin om in mijn fiets te investeren voor zo’n korte tijd. Maarja, als ik het niet doe, dan heb ik er zelf geen plezier meer van de rest van mijn tijd hier en bovendien worden de kansen dat ik hem kan verkopen dan ook behoorlijk kleiner. Wie wil er nou een fiets waarvan de remmen het niet doen? Dus toch maar naar de fietsenmaker. Als het goed is, krijg ik hem morgen weer terug.

De rest van de tijd hier, trouwens, wordt in rap tempo korter. Het is echt idioot, hoe snel het gaat. Dat heeft ook te maken met het feit dat het semester hier zo kort is. In Nederland duurt het helemaal tot in februari, hier is het op 16 december al voorbij. Op zich is het wel fijn dat ik in januari al weer terug ben, want ik heb wel zin om weer thuis te zijn. Maar ik ben ook heel blij om hier te zijn en ik zou graag willen, dat dezelfde hoeveelheid tijd wat langzamer voorbij ging, zodat het allemaal wat langer duurde.

Ooh en laatst was Anne Boccato even hier! Het was een erg kort bezoek, een minuut of 20, maar het was erg gezellig. Het zag er zo uit.

Goed, nu moet ik weer even aan de bak. Het duurt altijd heel lang om zo’n blog te typen, haha. Nu is het al weer half 10. Ik moet vanavond een paper schrijven voor music history. Ik weet nog niet eens waarover ik ga schrijven, dus ik heb nog wat werk te doen. Het wordt waarschijnlijk een korte nacht, want morgenochtend om 8 uur moet ik weer op school zijn met mijn computertje, om present te zijn bij de bestuursvergadering van DWARS.

Dus, na vermelding dat ik zin heb om u allen weer te zien en om een taartenbakavond te houden zo spoedig mogelijk na thuiskomst, wens ik u nu een goede nacht en tot snel.

Dikke smakkerd uit Philly del Phia,

Jojo



Family
19 oktober 2010, 19:39
Filed under: Philly

Deel 8

Verzameld werk.

Xx



People
17 oktober 2010, 15:26
Filed under: Philly

Deel 7

Mensen. Mensen zijn belangrijk in een mensenleven. Tenminste, zo ervaar ik dat wel. In Philadelphia zijn veel mensen. Alleen het gekke van vreemde omgevingen is dat de mensen in de meeste gevallen straal langs je heen lopen. Ze hebben immers ook geen enkele reden om dat niet te doen. Want eigenlijk is het niet de omgeving die vreemd is, maar mijn aanwezigheid in die omgeving. Ja, that’s right, ik ben een vreemdeling!

Deze introductie klinkt eigenlijk wat te verdrietig. Dat is niet de bedoeling. Wel wil ik de tweezijdigheid schetsen. Het is niet eenvoudig om in deze omgeving te stappen en er deel van te worden. Dat heeft verschillende oorzaken. Ten eerste ben ik een senior, ik ben een laatstejaars. De eerstejaarsstudenten zijn met z’n allen nieuw en leren elkaar dus met z’n allen kennen. Ze hebben samen les en ze zijn allemaal van dezelfde leeftijd. Dat zijn dus niet mijn ‘peers’. (Misschien is het woord ‘dus’ hier niet helemaal argumentatief correct, maar de conclusie is wel conform de waarheid.)

Bij de hogerejaars, de oudere mensen (NO WAY! Ik realiseer me ineens dat dit de eerste keer in mijn leven is dat ik bij de oudere mensen hoor…) zou ik eerder mijn heil moeten zoeken. Maar zij zitten allemaal al jaren hier op school. Zij kennen elkaar al, ze hebben hun vriendenkring rond. Ze zijn niet op zoek naar nieuwe vrienden en hebben dus in die zin niet direct behoefte aan mij.

Maar in de lessen leer je toch wel mensen kennen? Ja, dat hoopte ik inderdaad. Maar veel lessen zijn groepslessen, waarbij weinig interactie is tussen de studenten. Ze komen de les in, gaan zitten, luisteren naar de docent en gaan weer weg. Bij het naar binnen en naar buiten lopen kletsen ze met hun vrienden, maar daar hoor ik niet bij. Dus als ik al met iemand praat, dan komen we niet veel verder dan: “Hey, you are from the Netherlands, right? From Prins Claus Conservatory?” “Yeah, that’s me.” “Ah, awesome. How do you like it here so far?” “Yeah, I like it. I like the school a lot, I have some nice classes.” “Great! Well, have a good one.”

Er moet een reden zijn. Er moet een reden zijn dat mensen besluiten tijd in je te investeren. En de simpele reden dat ik het fijn zou vinden als ze dat deden, is meestal niet genoeg. Taking that into account, is all lost? No. Zeker niet. Gelukkig maar. Want er is immers Dan van de supermarkt. En zijn huisgenoot Ryan. Zij zijn gezellig. Ik ‘hang out’ met hen regelmatig. Twee week geleden gingen we met en een paar andere vrienden van hen de stad in. Dat zag er zo uit.

In de bar met Ryan

This is exactly what it looks like.

Er is nog een soort les dat ik nog niet genoemd heb. Dat zijn ensembles. Vanaf het begin vestigde ik eigenlijk mijn hoop op ensembles, want dat zijn de lessen waarin je dingen samen met andere studenten doet. Gelukkig zit ik in een ensemble, het Brazilian ensemble. En dat baat, want daar zit Rob in. En Rob is ook gezellig. Van de week zouden we thee gaan drinken in een theecafé, maar dat ging net dicht. Toen heeft hij veganistische chocolade-pindakaas-banaan-smoothie met sojamelk en kaneel voor me gemaakt, haha!

Natuurlijk zijn er niet alleen nieuwe vrienden. Er zijn ook oude, vertrouwde vrienden. Karlijn en Marko waren vorige week jarig. Ik heb met allebei lang geskyped. Het was fijn om te horen hoe het daar is. En fijn om te weten dat mijn lieve dudes daar nog steeds zijn en dat ze bij me horen en ik bij hen.

En er is DWARS. We vergaderen heerlijk door. We maken plannen en ze worden zelfs uitgevoerd. Er komen nieuwe actieve leden bij, met enthousiasme en ambitie. Dat maakt me blij. Hoewel ik niet kan zeggen dat ik heimwee heb, heb ik wel erg veel zin om straks in Nederland weer met al mijn dingen bezig te gaan. Het voelt alsof er dan zee√ęn van tijd zijn. Hier is alles eindig. Ik kan niet echt dingen opstarten, want ik ben zo weer weg. Als ik straks weer in Groningen ben, dan zit er geen einde aan. Dat voelt heerlijk en dat is denk ik wel een gevoel voor thuis dat ik hier heb vergaard, want ik heb nog nooit het gevoel gehad dat de toekomst eindeloos was. Hopelijk kan ik het vasthouden als ik weer thuis ben.

Er zijn ook vertrouwde vrienden aan deze kant van de oceaan, bij tijd en wijle. Vorige week vrijdag ben ik naar New York geweest en heb ik de dag met Andrej doorgebracht. Andrej is de drummer uit mijn oude band, van vorig jaar. We vielen uit elkaar toen mensen weggingen. Andrej is vorig jaar afgestudeerd in Groningen en nu woont hij in Sloveni√ę, waar hij vandaan komt. Hij wil na de kerstvakantie in New York gaan studeren en vorige week was hij hier om dingen te regelen. Van die gelegenheid hebben we goed gebruikt gemaakt. We hadden een hele gezellige dag in New York. We hebben lekker thee gedronken en Thais gegeten.

Het was overigens nog een hele tour om heen en weer te komen. Dat verhaal is wel even de moeite van het vertellen waard. We hadden al een week van tevoren bedacht dat ik die vrijdag naar New York zou komen, maar we hadden het plan nog niet bevestigd en nog geen ontmoetingstijd afgesproken. Ik probeerde Andrej woensdag te bellen, maar hij nam niet op. Donderdag probeerde ik het weer, maar ik kon hem nog steeds niet bereiken. Ik rekende er al op dat het niet door zou gaan, toen ik donderdagnacht om 1 uur een sms’je kreeg van Andrej dat het goed was. Dus ik als de wiedeweerga online om bustickets te kopen. Maar helaas, helaas, de website van de busmaatschappij was dicht voor website-onderhoud. Er zat niks anders op dan te wachten. Dus een uur later, het was inmiddels 2 uur ’s nachts, probeerde ik het weer. Nu was de website gelukkig weer open. Er waren niet veel bussen meer beschikbaar, maar gelukkig nog wel een bus die om 9:30 naar New York zou gaan. Precies wat ik nodig had, althans, dat dacht ik. Ik zou dan om half 12 in New York zijn. De laatste bus ging om kwart over 11 ’s avonds terug, dus dan had ik een mooie lange dag met Andrej in New York. Dus ik boek de tickets. Ik betaal ze met mijn credit card. Ik ontvang de bevestigingsmail. Ik schrijf mijn nummers op. Ik kijk naar mijn beeldscherm, staat daar: Philadelphia – New York, 9:30 PM. PM! Dat is in de avond! Ik had me vergist… Ze hebben hier geen 9:30 en 21:30, ze hebben 9:30 AM en 9:30 PM. Dus ik zat mooi met de gebakken peren, want ik had het ticket al betaald. Bovendien w√°s er helemaal geen bus meer om half 10 ’s ochtends. Er was alleen nog een bus om half 8 ’s ochtends. Dat tijdstip was inmiddels nog maar 5 uur verwijderd van het ‘huidige’ tijdstip en dat ging me te ver. Wat dan doen? Ik besloot met mijn avondticket naar de ochtendbus van half 10 te gaan. Hopelijk was er toch nog een vrije stoel en kon ik toch mee. Dus ik zet mijn alarm op 8 uur (AM) en duik snel mijn bed in voor een korte nacht. Het schoot nog door mijn hoofd, zul je net zien, gaat mijn wekker niet af.

Op een gegeven moment word ik wakker. Uit mezelf. Ik denk, ‘dit kan niet goed zijn. Ik zou nooit zomaar wakker worden na minder dan 5 uur slaap.’ Dus ik kijk op mijn klok. 9:44… Oh oooh… Plan B! Trein! Ik had de avond ervoor al op internet gekeken wat de trein kostte, voor het geval het niet zou lukken met de bus. Er was een treinmaatschappij die goedkope tickets hadden voor stoptreinen. Dus ik eet snel een broodje, poets mijn tanden en sjees op mijn fietsje naar het station. Ik laat me de weg wijzen naar de ticketautomaat en typ als eindbestemming in New York. Ticketprijzen: $70, $155. AAH! Dat is niet de bedoeling?! Ik weer terug naar de vriendelijke wegwijsmeneer. “Ooh, you didn’t tell me you wanted the cheap tickets. You want to travel with New Jersey Transit. Go over there!” Ik ga daarheen en koop een enkele reis New York. $24,25. Dat is nog steeds duurder dan een retour met de bus – die ik al gekocht had – maar goed, nog altijd beter dan een retour betalen en niet naar New York gaan.

Vanaf daar verliep alles smooth. De trein had geen vertraging, ik haalde mijn overstap en ik vond Andrej op het station. De dag was heerlijk. Maar helaas mocht de probleemloosheid niet voor de rest van de dag voortduren. Om kwart over 11 zou mijn bus vertrekken van Penn Station, op Manhattan. Rond 9 uur waren wij naar Brooklyn gegaan (niet op Manhattan) om thee te drinken en naar live muziek te luisteren. Rond kwart over 10 vertrokken we weer daarvandaan, om met de metro terug naar Manhattan te gaan, zodat ik op tijd bij de bus zou zijn. Ze raaadden je aan een kwartier voor vertrektijd aanwezig te zijn. We dachten, dat we ruim op tijd vertrokken waren. Maar het duurde maar en het duurde maar in de metro. Op een gegeven moment was het 5 voor 11 en we waren nog steeds niet op het metrostation. En vanaf daar zouden we ook nog een stukje moeten lopen naar de bus. Ik begon hem een beetje te knijpen. Ik zeg, “Andrej, 8th Avenue and 31st Street is where the bus departs, right?” “No, no, 8th Ave and 34th Street.” “Are you sure??” “Yes, I’m sure.” Ok, ik geloofde hem. Ik dacht 31, maar als hij zeker wist dat het 34 was, dan was dat vast zo.

Om 11 uur kwamen we aan op het metrostation. We lopen het station uit en kijken om ons heen. Philadelphia en New York zijn allebei gridded cities; de straten zijn recht en lopen van oost naar west en van noord naar zuid. En de straten hebben nummers. Het is dus vrij eenvoudig om de weg te vinden. Als je maar weet welke kant de nummers op lopen en waar het noorden is. Wij keken om ons heen, dachten na en besloten dat we ‘die’ kant op moesten lopen. Na 1 blok kwamen we bij Broadway. We waren begonnen bij 6th Avenue, we moesten naar 8th en dachten dat het klopte dat Broadway 7th Avenue was en dat we dus de goede kant op liepen. Maar een blok verder, waren we bij 4th Avenue… Straal de verkeerde kant op gelopen dus. Paniek! Andrej zegt, “Kom op, we nemen een taxi!” Nu had ik al een gloedhekel aan taxi’s, die dingen zijn belachelijk duur en ik heb altijd het gevoel dat ik vernacheld word, maar het werd er nu niet beter op. We springen in een taxi, ze hebben er genoeg in New York, en de taxi driver drukt op het gaspedaal. En op de rem. En het gaspedaal was voorlopig nauwelijks nodig, want het verkeer stond muurvast. Bovendien: roadworks ahead. De klok: 11:08 PM. De meter: $3,30. “Taxi driver, nevermind! I’m getting out!” Ik druk de man 5 dollar in de hand en spring de taxi uit. Andrej achter me aan. Ik zet het op een rennen, want ik was nog niet bepaald vlakbij mijn bus. Geen tijd om om te kijken, want ik heb haast. Andrej kwijt. Rennen, rennen, rennen. And finally! 8th Avenue en 34th Street. Ik zie een bus staan, ik ren erheen. Boltbus. Verkeerde. (Klok: 11:13 PM) “Excuse me sir, where is the Megabus?” “Ooh, that’s not here. It’s on 8th Avenue and 31st Street.” Huileeen. “When does your bus depart, ma’am??” “Ihihiiin twoooo minuuuutess!” “Ok, well, RUN! You have plenty of time!” Rennen, rennen, rennen. Megabus. Rij mensen op de stoep. Lijn: M23 to Philadelphia. Zuchhhht. Helemaal bezweet. Bekkenbodemspieren ernstig op de proef gesteld. Maar gehaald! Andrej bellen. Knuffel. Daaag Andrej! Daaag New York! Haiii Philly.

Op de terugweg lekker stinkistanki uitzweten in de bus en slapen. Om half 2 was ik weer in Philadelphia. City that does sleep. Lekker rustig hoor! Ik dacht nog even dat mijn fiets weg was, maar gelukkig stond ie er nog gewoon. Thuis lekker gedoucht en heeeerlijk geslapen!

Jojo & Andrej in de subway

Zo, dat was dat avontuur. Verder zijn er sindsdien weinig avonturen gebeurd. Ik breng veel tijd alleen thuis door. Soms voel ik me dan alleen, maar alleenheid is een oude vriend, die ik al kende lang voordat ik in deze vreemde omgeving kwam. Af en toe heb ik gemengde gevoelens over hem. Dan zoek ik andere vrienden op, als het even wil. En dat begint te willen. Dus dat is prima.

Dikke kus uit Philly!

Jojo