Jojanneke Vanderveen


Jazz
19 juni 2010, 00:33
Filed under: Muziek

Wat me het meeste stoort aan jazzmuziek, is niet dat ik er meestal spontaan jeuk van krijg. Dat ik de neiging krijg snel weg te lopen of in slaap te vallen, wil ik ook nog wel voor lief nemen. Deze dingen zijn namelijk gewoon gevolgen van het feit dat de meeste jazzmuziek mij niet zo aanspreekt. En dat is prima. Want als iets je niet aanspreekt, dan leg je het naast je neer en richt je je op die dingen die je wel aanspreken, wat er in mijn geval voldoende zijn. Nee, wat mij het meeste stoort aan jazzmuziek, is dat het in de jazzwereld waarin ik rondloop, wordt verheven tot een dogma. Of verlaagd tot een dogma, wat mij betreft.

Laat ik voor het gemak die wereld eens beperken tot het conservatorium. De algemene opvatting die daar schijnt te heersen, is dat jazz superieur is aan vrijwel alle andere denkbare muziekstijlen. Voor een groot deel baseert die superioriteit zich op het feit dat jazzmuziek geïmproviseerd is. En improvisatie verleent een hogere status aan muziek, omdat ze het ultieme toonbeeld van creativiteit is. Klassieke muziek en popmuziek steken daarbij schril af, want daarbij speelt men immers iedere keer hetzelfde. Daar komt nog bij dat de akkoordprogressies in deze beide stijlen niks voorstellen in vergelijking met jazzmuziek, waarin zeer ingewikkelde opeenvolgingen worden aangewend. Bovendien swingt jazz en dat kan van die andere twee nou niet bepaald gezegd worden.

Het lijkt erop, dat men zich heeft vastgenageld aan de progressiviteit, aan de creativiteit van ‘jazz’. En alleen daarom is het dát wat ze juist niet meer is. Jazz wordt beschouwd als een statisch begrip. We leren ons te spiegelen aan de progressievelingen van de jaren ’50 en ’60. Maar wat toen vernieuwend was, is nu geschreven historie. Streven naar wat toen was, is je opsluiten in een dogma.

Improvisatie is geen uiting meer van onbeheersbare driften, improvisatie is verplichte kost. De misschien ooit revolutionaire akkoordprogressies, zijn nu gewoon IIm-V7-I’s in alle toonsoorten. Swing is nu geen drive, maar de eerste en derde triool. En daarmee bedoel ik niet, dat wat vroeger mogelijk was, nu niet meer kan. Maar vroeger werd jazz zo gespeeld omdat dat was wat men wilde spelen. Nu zit er onmiskenbaar het streven bij om net zo te zijn als de sterren van toen.

Zelfs dat zou ik niet zo storend vinden, als dat zich beperkte tot de mensen die dat streven hebben. Waar hem echter de kneep zit, is dat men uit alle macht probeert dit over te brengen op de volgende generatie muzikanten. En precies dat is het wat me stoort, want daarmee wordt alle creativiteit hard ontmoedigd, terwijl dat mijns inziens juist is wat je tot een volwaardig musicus maakt.

Eigenlijk is het best jammer voor de jazz, want heel precies bekeken kan zij er vrij weinig aan doen dat men zo onverantwoordelijk met haar erfenis omspringt. Toch zal ik – hoewel ik groot tegenstander van stijlgrenzen ben – liever iets spelen wat niet al te veel op ‘jazz’ lijkt, whatever that may be…

Advertenties