Jojanneke Vanderveen


Balance
21 december 2010, 09:24
Filed under: Philly

Deel 12

Klaar! Mijn semester is voorbij. Het is tijd om de balans op te maken.

Mijn eigen balans is wat verstoord; ik ben al ruim een week ziek. Verkouden hoor, niks ernstigs, maar het was wel een wat ongelukkige timing. Woensdag had ik mijn mid-year review (mijn zangexamen) en donderdag mijn recital (voorspeelavond). Gelukkig is het goed gekomen. Woensdag hielp het zelfs wel dat ik verkouden was, op de een of andere gekke manier. En donderdag waren er toch maar twee mensen bij mijn recital, dus toen was de druk er al wat af, haha. Ik vond het niet erg dat er maar twee mensen waren. Ik had het ook zelf een beetje in de hand gewerkt denk ik. Als ik had gewild dat de zaal vol zat, had ik mensen meer persoonlijk moeten aanspreken. Ik had wel flyers opgehangen en een berichtje op Facebook gemaakt, maar dat bleek dus niet zoveel uit te richten. Maar ik had wel verwacht dat het zo zou gaan. Het concertje was alsnog erg leuk.

Een ‘balans’-vraag die veel mensen de laatste tijd stellen: “so, how do you like America? Is it what you expected?” Met die vraag kun je natuurlijk allerlei kanten op, want voordat je ‘ja’ of ‘nee’ zegt, moet je eerst helder krijgen wat het dan is dat je verwachtte. Ik heb het idee dat ik niet echt verwachtingen had. Mensen hier schijnen te denken dat ik het gevoel had dat ik naar een vreemd land ging en dat ze dat denken is natuurlijk ook helemaal niet verrassend. Het is eerder vreemd dat ik zelf niet echt dat gevoel had, voor zover ik me kan herinneren. Ik zeg aldoor dat ik al wist wat ik moest verwachten, omdat ik hier al eerder was geweest, maar eigenlijk is dat niet echt een sluitend antwoord. Voordat ik hier ging wonen, was ik namelijk in twee etappes ongeveer vier weken in Amerika geweest. Een keer op fieldtrip van school en vorig jaar met z’n zessen op vakantie. Natuurlijk krijg je dan een impressie van een land, maar het is toch anders om er te wonen, zou je zeggen.

Ik weet het niet, though. Misschien is het wel waar dat ik geen verwachtingen had. Ik ben gewoon in dat vliegtuig gestapt en ik dacht ‘ik zie het wel’. Ik wou vooral een poosje weg van mijn eigen school, maar tegelijkertijd wilde ik om andere dingen ook eigenlijk graag in Groningen blijven. Ik had geen enkel onderzoek naar Philadelphia gedaan, zelfs niet naar de school. Monique zei toen nog, “ah, weet je niet eens wat City Hall is?” Nee, ik had geen idee, ik had niks opgezocht.

En sinds ik hier ben heb ik ook niet erg veel opgezocht. Ik heb met papa en mama een toeristentour gedaan, maar dat was het eigenlijk wel zo’n beetje. Ik heb geen museum bezocht en geen concert gezien (behalve in New York, maar ik heb het even over Philadelphia nu). Ik ben naar een paar voorstellingen van studenten geweest, maar dat was het wel. Gek is dat he, je zou van een muzikant toch verwachten dat ze dat wel doet. Ik ben een beetje een raar geval, I guess.

Ik heb ook geen behoefte om van alles te bekijken, op de een of andere manier. Ik had het er net vandaag met mama aan de telefoon over. Wat ik veel interessanter vind, is om deel te worden van de machinerie van een stad. Wat ik leuk vind, is om de stad te leren kennen. En dan bedoel ik dus niet om alle belangrijke gebouwen te bekijken, maar om de weg te weten. Om te weten wat de volgorde is van de niet-genummerde straten, die van oost naar west lopen. (South, Lombard, Pine, Spruce, Locust, Walnut, Sansom, Chestnut, Market.) Om te weten wat het nummer van Broad Street is. (14th Street.) Om te weten dat 11th Street de straat is met de tramrails, die trouwens niet gebruikt worden. (Oppassen met fietsen.) Om te weten dat de genummerde straten en gedeelte ‘North’ en een gedeelte ‘South’ hebben; City Hall vormt het splitspunt. (South 11th Street heeft dus niks te maken met South Street.)

Dat soort dingen te weten, geeft me het gevoel dat ik thuis ben in een stad. Hoe meer ik weet, hoe thuiser ik ben. Doordat ik die dingen nu weet, heb ik het gevoel dat ik hier gewoond heb en dat ik een speciale connectie heb met Philadelphia, die zal blijven als ik weer thuis ben. Want die straten liggen daar immers nog steeds en ik zou de weg weer weten te vinden als ik er weer terug kwam.

Maar toch blijft m’n hart natuurlijk thuis thuis liggen, in Nederland. Hoezeer ik ook opga in de machinerie van de stad, ik blijf me Nederlander voelen. En Groninger en Drent. Ik verzet me zonder uitzondering tegen de uitspraak “oh, you’re from Holland!” Nee, jongens, ik kom niet uit Holland. Helaas zijn de meeste mensen hier tevredengesteld met de kennis dat Amsterdam wel in Holland ligt. Als dat in Holland ligt, dan zal het wel goed wezen. Toch heb ik gelukkig ook al wat mensen kunnen verrassen met de wetenschap dat Holland slechts twee provincies is.

Als ik de balans opmaak van Amerika en Nederland, dan kom ik ook tot de objectieve, doch ongetwijfeld bevooroordeelde conclusie dat het terecht is dat mijn hart in Nederland ligt. Want laten we wel wezen, er valt nauwelijks iets te bedenken wat Amerika voor heeft op Nederland.

– Nederlanders hebben een veel betere eetcultuur. Amerikanen eten de hele tijd maar uit en gooien daarbij ongelooflijke hoeveelheden wegwerpeetmaterialen zonder pardon in de prullenbak. Sommige spullen, zoals servetten, belanden zelfs ongebruikt bij het afval.

– Ook plastic zakjes worden in groothandelhoeveelheden afgenomen door de gemiddelde consument. In supermarkten krijg je geld terug als je geen zakjes meeneemt, in plaats van dat je er geld voor betaalt als je er wel een wilt. Maar wie zou nou zelf een tas meenemen, als de zakjes toch gratis zijn?

– Daarbij zijn supermarkten gericht op volledige passiviteit van de klant. Ja, je kiest wel zelf je spullen en je werpt ze ook zelf in je mand, maar zelf inpakken laat men doorgaans door ingehuurde krachten doen. Dat resulteert in 3 artikelen per flutzakje.

– Jezelf vervoeren is een al even passieve aangelegenheid. Het gaat grotendeels per automobiel. De automobielen hier zijn een soort kartwagentjes; je drukt op gas en daar ga je. Je kunt, echt waar, in halve kleermakerszit je auto bedienen. Geen wonder dat men dan ook om de haverklap in ’t apparaat springt. Toch zou men voor de grap eens een fiets moeten proberen. Men zou merken, dat het vooral de auto’s zijn waardoor de reis vertraagd wordt. De fiets; DE oplossing voor het binnenstedelijke verkeer!

– Maar dat men niet massaal op de fiets springt, is misschien niet heel verwonderlijk als je bekijkt wat de opties zijn. Je komt meestal uit bij ófwel racefiets, ófwel mountainbike. Beide niet echt aantrekkelijke alternatieven voor degene die dagelijks in propere kledij de reis naar het werk onderneemt. De comfortabele fiets moet hier nog uitgevonden worden. Ik kijk uit naar mijn opoetje.

– Ik kijk ook uit naar Nederlands water. Het water hier is minder smakelijk dan thuis. Het smaakt naar chloorachtige viezigheidjes. Hoewel je daar na enige tijd aan gewend raakt, blijft Nederlands water eindeloos lekkerder. Ik kan niet wachten om het weer te drinken. Daarbij schijnt Amerikaans water slecht voor je haar te zijn en uitval te stimuleren. Sinds ik mijn haar weer geverfd heb, valt het me inderdaad wel op dat mijn borstel er erg rood uitziet na gebruik.

Maar Jojo, kan je dan echt niks bedenken wat beter is daar? Nou ok, dit dan.

– Ze serveren hier gratis kraanwater in restaurants. Dat is echt iets dat die krenterige Nederlanders van de Amerikanen zouden kunnen leren. Fijn!

Natuurlijk heb ik me prima vermaakt en het zijn allerminst ernstig levensbemoeilijkende omstandigheden, maar mijn patriottistische gevoelens komen toch wel naar boven. Het enige wat ik in Amerika beleefd heb en waar ik echt denk dat het Nederlandse equivalent nog veel van kan opsteken, is de school. Hoewel ook op hun programma van alles en nog wat valt aan te merken, vind ik de mate waarin ze georganiseerd en voorbereid zijn en hun curricula serieus nemen zeer voorbeeldig voor het Prins Claus Conservatorium.

Iets geheel anders waar ik al dagen over wil schrijven, zijn de concerten die we doen met het Philly Pops Festival Chorus. We hebben er inmiddels acht concerten in het Kimmel Center op zitten. Er staan er nog twee op de rol, waarvan ik de laatste zal missen, omdat ik dan al onderweg ben naar Portland, waar ik de kerst bij Maggie (mama’s nicht) zal doorbrengen.

Maar die concerten zijn heel noemenswaardig. Ze zijn namelijk iedere keer hetzelfde. Daardoor weet ik inmiddels precies wat wanneer komt en iedere keer dat ik daar in de rode koorbankjes zit te wachten tot ik weer aan de beurt ben, loopt het gebeuren als een verhaal door mijn hoofd heen. In gedachten heb ik het al een stuk of zeven keer uitgetypt. Nu ga ik het voor de eerste keer in het echt doen. Ben je er klaar voor?

Het begint een uur voor aanvangstijd van het concert, ofwel om 2 uur, ofwel om 7 uur. Ik ga dan door de artiesteningang naar binnen in mijn zwarte concertoutfit – meestal op mijn allstars, want op hakken lopen die ik zo weinig als maar mogelijk is – en ik neem de lift naar verdieping T1. Daar loop ik de Rendell Room in, waar we de warming-up doen met ons koor.

Vijf minuten voor tijd stellen we ons op in rijen, zodat we in de goede volgorde onze plekken kunnen innemen in de Verizon Hall. We lopen, met onze zwarte koormappen onder de arm, de zaal in en blijven op onze plek staan totdat ook het Philadelphia Boys Choir – in zwarte broek, wit overhemd en rood colbert – zich gesitueerd heeft. Dan gaan we zitten.

Om 3 uur of 8 uur wordt het zaallicht gedimd en komt de eerste violist van het orkest het podium op. Hij speelt tweemaal een A op de piano voor eerst de blazers en daarna de strijkers om te stemmen. Dan gaat al het licht uit, op een spotlight na. Die richt zich op Santa Claus, die het podium opkomt en er op miraculeuze wijze in slaagt door middel van een armgebaar de lichtjes in vier kerstbomen te ontsteken.

Terwijl hij het podium weer afloopt, komt Peter Nero het podium op. Meestal schudden ze elkaar onderweg de hand. Peter Nero is de dirigent van het Philly Pops orkest. Hij is een hele oude, wit-grijze man met een ontzettende charme en een betoverend gevoel voor humor. De publieken voor deze concerten zullen wel niet de moeilijkste zijn, met hun jolly christmas spirit, maar hij heeft ze in ieder geval volledig op zijn hand.

Het eerste nummer dat we spelen, is een medley van verschillende kerstnummers. Het begint met een aantal maten koperblazers. Op een bepaald moment staat ons hele koor op en enkele maten later vallen we in met ‘Joy to the world’. Een paar minuten en wat gloria’s en jingle bells verder hebben we happy holidays en daarmee het eind van het nummer bereikt.

Dan is het tijd voor het Phildelphia Boys Choir, dat een enigszins langdradig engelenliedje brengt. Ik ga er echter vanuit dat hun engelachtige geluid de langdradigheid compenseert voor het publiek. Voor mij is het vooral hun dirigent, Jeff Smith, die alles goed maakt. Tijdens dit nummer dirigeert hij de boel en dat is wat mij betreft nog more adorable dan die jongetjes. Hij playbackt praktisch het hele nummer mee, met overdreven articulatie, om de jongens aan te moedigen luid en duidelijk te zingen. Hij zet daarbij grote ogen op en wenkt het koor met zijn vingers om meer geluid te krijgen. Zijn betrokkenheid zet vriendelijk bloed bij mij.

Na “Angels Carol” brengen we, in Peter Nero’s woorden, “Rachel’s take on the Ella Fitzgerald take of Santa Claus is coming to town”. Rachel York is de broadwayzangeres die als gastsoliste enkele nummers zingt in het concert. Peters grap krijgt de zaal steevast aan het lachen, ook al moet ik zeggen dat ik deze zelf niet bijzonder sterkt vind. Maar hee, het werkt!

Na enkele achtergrondlijntjes voor ons in dat nummer, hebben wij weer een nummer pauze. Rachel York zingt “Santa Baby”. In dit nummer verleid ze Santa Claus; ze wil graag ‘the deed’ and ‘a ring, I don’t mean on the phone’. De Kerstman himself doet natuurlijk mee aan dit nummer. Ze neemt bij hem op schoot plaats en kort daarna ook bij de eerste cellist, die voor de gelegenheid even zijn cello uit handen geeft aan zijn buurman. Hij heeft echter het nakijken aan het eind van het nummer, want Santa heeft cadeautjes en de cellist heeft in principe vrij weinig te bieden. Een erg amusant stukje, dat het ook aldoor erg goed doet bij het publiek, haha.

“The Chanukah holiday has just passed, but the spirit remains with us. That’s why we want to play you a group of Chanukah songs, appropriately entitled “A group of Chanukah songs”.” (Publiek: lach hier. (Doen ze altijd.))

Dan zingt Rachel York een jazzy uitvoering, zonder orkest, van “Have yourself a merry little Christmas”, gevolgd door het instrumentale “White Christmas”, featuring Peter Nero op de piano. Geweldige pianovirtuoos is hij ook nog! Volgens Wikipedia is hij inmiddels 76 jaar, maar hij is echt nog zo levendig als wat en dus nog op de bühne ook. That’s one hell of a way to grow old. Doe mij ook zo een.

Na “White Christmas” zijn wij weer aan de beurt. We zingen twee liedjes uit yet another medley. Het eerste nummer is “Bring a torch”, een schattig kerstliedje dat ik nog nooit eerder had gehoord. Daarna komt er een heleboel halleluja en gloria in de hoogte.

Dit wordt meestal goed ontvangen, maar het hoogtepunt van de avond is dan nog niet bereikt. Vlak daarna komt dat wel, en wel in de vorm van “I’ll be there”. Peter Nero: “When I first heard a recording of “I’ll be there”, I thought it was the Jackson Five. But it wasn’t, it was the Philadelphia Boys Choir. They recorded this song and they will perform it for you tonight.” Dan komen twee jongetjes, genaamd Nathan Butler en Aaron Houston, het podium op en zingen het nummer, gebackt door de rest van hun koor en de mannen van ons koor. Dit is een nummer met een hoog R&B-gehalte en vooral Aaron Houston van de Afro-Amerikaanse gemeenschap weet dat bij het publiek donders goed uit te melken. Tegen het einde van het nummer zingt hij, a capella, een enorme lick op de tekst ‘I’ll be there’, waarna het orkest en het koor weer invallen en het publiek uitbarst in een daverend applaus. Meestal springen de mensen als het nummer voorbij is onmiddellijk uit hun stoelen voor een staande ovatie. Het is nog maar twee keer niet gebeurd.

Na dat nummer zegt Peter Nero: “Who could be the ones to follow that. [Publiek lacht] Oh wait, it’s us! [Publiek lacht nog meer.]” Gelukkig is het volgende nummer ook vrij entertaining. Het is een medley van liedjes uit de musical “How the Grinch stole Christmas”. Peter: “I guess you are all familiar with the books of Dr. Seuss? [Publiek zegt: “Yesss!”] One of these stories is about the Grinch, also a popular motion picture. When my children were young, I used to read those books to them. Now they’re reading them to me. [Lach!]”

Het orkest speelt, wij springen weer van onze bankjes – dit keer zonder koormappen, jaja, het is heus – en zingen onze liedjes. Tijdens het tweede liedje in de medley – “You’re a mean one, Grinch” – komt meneer Kerstman, dit keer in Grinchpak, het podium op. Daar maakt hij orkestleden met een knuffel aan het ‘schrikken’. [Publiek lacht.] Tijdens het derde liedje barst het koor vanwege pure jolliness zowaar uit in gedans. (We stappen van de ene voet op de andere en, niet vergeten!, we beginnen aan de rechterkant.) We eindigen met een ‘Yeeeeeeah’ en wapperen daarbij met onze jazz hands ter hoogte van onze middel.

En dan is het tijd voor Peter Nero’s favorite holiday song en het moeilijkste stuk van de avond: “Ave Maria”. Je moet weten, Peter Nero is niet echt een eenvoudige dirigent. Dirigenten hebben een slagpatroon, waaraan je kunt zien op welke plek je je bevindt in de maat. Hiermee wordt dus ook het tempo aangegeven. Wij moeten daar erg goed op letten, want we kunnen het orkest vaak niet goed horen en bovendien zit er een vertraging tussen het moment dat het orkest speelt en het moment dat wij dat horen. Als wij vertraagd zingen, krijgt de zaal een nog vertraagder geluid. Als het tempo nou de hele tijd hetzelfde zou zijn, dan zou je af en toe wel eens de dirigent uit het oog kunnen verliezen, zonder dat dat grote consequenties zou hebben, je moet immers gewoon door zingen. Alleen Peter Nero wil het tempo nog wel meer dan eens vertragen en versnellen. We moeten hem dus goed in de gaten  houden. Maar zelfs met hem in de gaten, is het soms onduidelijk hoe snel we gaan, want zijn slagpatroon is niet bepaald straight forward. Soms valt in het geheel niet af te leiden welke tel hij slaat en vaak verdeelt hij tellen ook onder. Hij geeft dan in plaats van alleen de kwartnoot, ook de achtste noten of de triolen aan. Dit maakt het allemaal wat gecompliceerder. Vooral bij “Ave Maria” heeft dit voor ons consequenties. Ik ben dan ook altijd weer blij als dat nummer voorbij is.

Met dit nummer is ook bijna de eerste helft van het concert voorbij. Er rest dan alleen nog dit: “We would like to close the first half now, with our favorite, traditional “First half closer”.” [Publiek lacht.]

Daarna verlaten we de zaal voor de pauze. Backstage worden we opgewacht door het African Episcopal Church of St. Thomas Gospel Choir, dat in hun kleurrijke, Afrikaanse outfits ieder concert een een applaudisserende erehaag voor ons vormt. Veel van hun koorleden houden hun handen omhoog om ons te high fiven en er wordt algemeen gejoeld. Dit koor wordt in de tweede helft toegevoegd aan de twee koren die er al zaten.

De tweede helft begint met een nummer uit Harry Potter. Niet zo kerstig, wel mooi. Daarna speelt de organist, Peter Richard Conte, een solo. Het eerste concert speelde hij “Carol of the friendly beasts”, maar dat klonk niet zo friendly en hij besloot de volgende avond wat anders te spelen. Ook dat vond hij blijkbaar echter niet geschikt en de derde avond speelde hij “Deck the hall” (falalalala, you know?). Sinds dat concert, speelt hij iedere keer hetzelfde, al heel wat keertjes dus, maar Peter Nero heeft nog steeds het gevoel dat hij iedere keer op wat anders getrakteerd wordt. Hij vraagt dan ook aldoor: “What are you playing tonight, Peter?” De organist schreeuwt dan, van helemaal hoog bij het orgel waar wij ook zitten, “Deck the hall!” Peter Nero is iedere keer weer verbaasd, lijkt het, haha.

Na de orgelsolo is het weer tijd voor Rachel York, “she’s been off stage for quite a while now and she didn’t seem too happy about that. She was quite angry with me during the intermission.” Ze zingt “Diva’s lament”, een heel grappig aanstelleritisnummer waarin ze klaagt over het feit dat haar carrière zo in het slop is geraakt en dat ze zo weinig op het podium mag staan van haar producers. Het grappigste moment vind ik het moment waarop ze zingt “I’m pregnant, I’m not fat!” De context wordt me niet duidelijk, want ik kan het niet goed verstaan vanuit de koorbankjes, maar ik vind het leuk, omdat ze hoogzwanger is. Echt joh, je zou die buik moeten zien. En dan een galajurk erover en hakken eronder. T is n wonder dat het niet omvalt.

We gaan verder (nog even, we zijn er bijna ;)) met de sing-along, yayyy! Het zaallicht gaat aan en iedereen mag meezingen met een paar kerstklassiekers. Hierbij heeft ons koor een paar hi-la-ri-sche bewegingen, die zich vooral betrekken op “Rudolph the red-nosed reindeer” (reindeer! Had a very shiny nose. Like a flashlight!)

Na dit feestje is het eindelijk tijd voor het African Episcopal Church of St. Thomas Gospel Choir. Zij brengen twee gospelnummers. Hun passie is hartverwarmend. Net als vorig jaar, toen we in een gospelkerk waren in San Francisco, overweldigt me dat op de een of andere manier steeds weer. Je religie vanuit een optiek van vreugde te beleven en daar met zoveel life over te zingen, is tot nog toe de enige manier die me sensical voorkomt. De godvrezendheid van de protestanten waarmee ik ben opgegroeid steekt daar schril bij af. Deze mensen zingen “I can feel the presence of the Lord and I’m gonna get my blessing, right now!” Haha, way to go. Ik moet er elke keer weer om lachen.

Na deze vreugdevolle performance is het concert zo’n beetje ten einde. Het wordt nog gevolgd door het uitermate ernstige “Hallelujah Chorus”, dat de zaal traditiegetrouw staand beluistert en meezingt. Tot uiterst slot speelt het orkest nog een lied waarbij iedereen geacht wordt te klappen op zeer specifieke wijze. Het is me volstrekt onduidelijk wat dit voor lied is en waarom we zulke wanpraktijken tot uitvoer moeten brengen. Ik heb wat videomateriaal gesmokkeld. You be the judge! (Vanaf ongeveer halverwege begint het geklap.)

Plaatje!

Cello-vormige zaal en het orkest

Peter Nero and the Philly Pops

Mijn buurman en -vrouw

Koormap!

Zo, het is hier onderhand na 4 uur ’s nachts en het wordt zo langzamerhand tijd eens naar bed te gaan. Morgen is mijn laatste dag als bewoner van 1602 2R Spruce Street. Raar! Ik heb al een koffer ingepakt en naar het huis van een vriend verplaatst. Ik ben nog meer terug in Philadelphia rond nieuwjaar en ik logeer dan bij een vriend. Mijn huur loopt af op 23 december. Ik neem niet al mijn bagage mee naar Portland, dus die laat ik hier tijdelijk achter. Het is heel maf dat ik nu weer weg ga. Ik ben zo gewend geraakt aan het huis en de stad en aan het tijdsverschil met Nederland. Straks is alles weer gewoon en dat went natuurlijk snel genoeg, maar voor nu is het een heel merkwaardig idee. Maar wel heel erg veel zin in!

Eerst nog even genieten van kerst op de westkust en oud&nieuw op de oostkust. Ik denk dat het mooie feestjes worden. Vandaag, inmiddels, viert ook mijn lieftallig zusje Anna feest. Ze is jarig. Ik wilde haar gaan bellen na mijn nacht, maar sinds het daar inmiddels al na tienen is, denk ik dat het maar ga doen voordat ik naar bed ga. Dus Anna, gefeliciteerd en maak je klaar voor de phone call!

U verder allen wens ik een bijzonder fijne vakantie en alvast een hele fijne kerst en jaarwisseling. Ik schrijf nog wel even weer voordat ik terug ben, denk ik, ook al zal de tijd heel snel gaan vanaf nu. Ik ben bijna weer thuis!

OOH en trouwens! Ik ben penningmeester van DWARS landelijk! Just thought you should know. Ik vind het een groot feest en ik heb al van alles gepland staan voor januari in die functie. Superveel zin in.

Ok doei!

Dikke liefs, nog een keer uit Philadelphia,

Jojo

Advertenties


Politiek
5 december 2010, 02:36
Filed under: Philly

Deel 11

Even een onderbreking van mijn (wellicht volledig onopgemerkte) gewoonte om de titel in het Engels te kiezen. Deze titel moet alleen gewoon in het Nederlands, omdat het alles met Nederland heeft te maken en betrekkelijk weinig met hier. Er gebeurt de laatste tijd van alles, allerlei dingen die me het gevoel geven dat ik op twee plekken tegelijk ben. Pas op hoor, het wordt een jubel-blog.

Het allerlaatste wat ik in augustus in Groningen gedaan heb – ik had mijn koffer al op het station in een kluis staan en mijn handbagage hing zwaar om mijn nek – was een gesprek voeren met de kandidatencommissie van GroenLinks Groningen. Op 2 maart volgend jaar zijn de Provinciale Statenverkiezingen en ik, ambitieus en geduldeloos als ik ben, dacht ‘ah, hartstikke mooi. Ik ga me kandidaat stellen.’ De verkiezingen waren immers pas in maart, dan was ik al lang weer terug.

Als je op een verkiesbare plaats op de lijst wilt komen te staan, dan krijg je eerst een advies van een kandidatencommissie, zodat het voor de leden duidelijker is wie wat in huis heeft. De leden stemmen vervolgens over de volgorde van de lijst. Ik had mijn gesprek nog net gehad voordat ik weg ging, maar de kandidatencommissie voerde nog gesprekken met kandidaten tot in november. Ik moest dus nog een flinke poos wachten voordat ik mijn advies kreeg.

Ongeveer twee weken geleden kwam het advies dan eindelijk. Ze schreven erg lovend over me. De commissie zag veel potentieel in mij en noemde me een ‘rising star’, maar vooralsnog vonden ze dat ik te weinig inhoudelijke kennis had om erg hoog op de lijst te komen. Ze adviseerden me voor plek 8/9/10. GroenLinks haalt waarschijnlijk drie of vier zetels in de Staten.

De volgorde werd een week later bepaald op de provinciale ledenvergadering. Daar kon ik natuurlijk niet bij zijn, want ik ben – het zal menigeen niet ontgaan zijn – momenteel in Philadelphia. Om mezelf toch in de markt te kunnen prijzen, heb ik toen een video opgenomen en opgestuurd. Die hebben de Groningse GroenLinksers op de vergadering bekeken en het effect was zeer tevredenstellend: ik ben gekozen op plek 8! De beste plek die ik had kunnen verwachten naar aanleiding van mijn advies. Nu kan men in maart op mij stemmen. (Ja, dit is een oproep aan alle inwoners van Groningen, hihi.)

Maar goed, ik kom dus naar alle waarschijnlijkheid niet in de Provinciale Staten. Gelukkig diende een andere bezigheid zich onmiddellijk aan. (Stel je voor dat een mens niks te doen zou hebben…) Een paar maand geleden had ik bij DWARS landelijk gemeld dat ik wel geïnteresseerd was in een bestuurspost, maar dat ik het liever volgend jaar deed, vanwege afstuderen, mijn penningmeesterschap bij DWARS Groningen en mijn kandidaatstelling voor de Provinciale Staten. Ik zei erbij dat ze me wel als back-up mochten noteren, mochten ze tegen december nog geen kandidaat hebben gevonden voor een bepaalde functie.

Krijg ik toch de dag voor de ledenvergadering van GroenLinks Groningen een mail van DWARS met de mededeling dat de kandidaat voor de post van penningmeester zich heeft teruggetrokken; zou ik me kandidaat willen stellen? ‘Nujaaa,’ denk ik, ‘als ik dan toch geen volksvertegenwoordiger word, dan maar landelijk bestuurslid van de GroenLinkse jongeren.’

I’m so excited! Maandag heb ik een gesprek, via Skype, met de kandidatencommissie. Zij brengen dan wederom een advies uit en op het DWARS-congres, dat volgend weekend plaatsvindt in Amsterdam, zullen de leden bepalen of ze mij met de duiten vertrouwen. Erg spannend!

Ik dacht dat januari een lekker lege, ontspannen maand zou worden. Ik heb dan eigenlijk nog niet weer les, omdat het eerst semester in Groningen tot in februari doorloopt. Maar zoals het er nu naar uitziet, heb ik, als alles verloopt zoals ik hoop, genoeg te doen in die maand. Ondertussen vragen nú ook DWARS Groningen en de naamsdiscussiebegeleidingscommissie van DWARS waar ik in zit, om aandacht. Ik hou zo van al dat geDWARS en geGroenLinks, dat ik zo langzamerhand niet meer kan wáchten om naar huis terug te gaan. Vanwege dat én…

Nasi. Fiets. Karlijn. Water. Sneeuw. Sinterklaas. Zussies. Willemstraat. Bier. Keuken (Pan. Bestek. Bord.). Bed.

Maar ik heb nog het een en ander aan dingen af te ronden in Philadelphia. Ik dacht dat ik een erg relaxed semester zou hebben hier, omdat ik nauwelijks studiepunten hoef te halen voor Nederland. Maar ik, als onverbeterlijke committer, heb natuurlijk gewoon een vol vakkenpakket gekozen en sta er nu ook op dat ik alles met goed gevolg afsluit.

Bovendien zit ik in een kerstkoor. We hebben de afgelopen weken iedere dinsdagavond gerepeteerd en vandaag hebben we ons eerste optreden gehad in het Kimmel Center. Er staan er nog negen op de rol, allemaal op dezelfde locatie. De zaal is ontzettend groot en werkelijk prachtig. Google maar eens op ‘Verizon hall’.

De komenden weken worden nog even keihard werken, aan mijn vakken, aan de concerten, aan mijn politieke bezigheden en aan mijn compositiewerk voor mijn eindexamen in Groningen. Langzaam maar zeker begint het project meer vorm te krijgen. Het vergt alleen veel mentale inspanning en bovendien is het erg moeilijk. Ik heb geen ervaring met het schrijven van zo’n groot project en kan me dus maar een beperkte voorstelling maken van hoe dat wat ik schrijf in werkelijkheid zal klinken. Als ik terug ben ga ik zo snel mogelijk met repetities beginnen en dan zal moeten blijken wat het waard is!

Als straks het semester voorbij is, doe ik het rond kerst éven een beetje rustig aan, en wel in Portland, Oregon. Ik heb besloten dat ik naar de andere kant van de Verenigde Staten van Amerika vlieg om de kerstdagen door te brengen bij Maggie, mama’s nicht. Ik ben daar erg welkom en ik weet dat ik in goed gezelschap terecht kom. Het is gebleken dat dat wat lastiger in te schatten is bij mensen die je minder goed kent.

Goed! Nu is het al weer half 10 en ik moet nog studeren vanavond. Maandag heb ik een presentatie voor muziekgeschiedenis en dinsdag heb ik mijn tentamen voor pianoles en mijn compositieles, hét stressmomentje van iedere week. Ik ga nu even naar school om voor piano te oefenen en om mijn vliegticket te boeken. Dat moet nu gauw gebeuren.

Ik wens iedereen een hele fijne Sinterklaas! Geniet ervan and may the good Klaas smile on you.

Dikke kus uit Philly,

Jo